Nitzavim – נצבים – Staande / Vayelech – בילך – Hierna ging

De maand Elloel staat in het teken van tesjoeva, terugkeer tot de Eeuwige. De sjofar die elke dag klinkt, roept ons elke dag op om terug te keren. We komen steeds dichterbij Yom Teruah, Bazuinenfeest (Rosh Hashana). De dag van het oordeel.

We worden opgeroepen om terug te keren naar de Bron van ons leven. De Bron, waar we ons leven aan te danken hebben. Nadat Hij ons het leven heeft gegeven, krijgen we zelf de keuze om voor het leven, voor de zegen te kiezen. 

Kiezen voor het leven is het terugkeren naar de Eeuwige en Hem met hart en ziel gehoorzamen (Deut. 30:2) en met hart en ziel liefhebben (Deut. 30:6). In Deut. 30:10 staat hoe we de Eeuwige met hart en ziel kunnen gehoorzamen; door het doen van Zijn mitswot. We keren dus terug naar Zijn mitswot, als we voor het leven kiezen. 

We maken elke dag keuzes voor leven en dood. We zijn ons er alleen niet altijd van bewust. De keuze om voor een rood verkeerslicht te stoppen, die lijkt voor de hand liggend. In eerste instantie denken we bij de keuze om toch door te rijden aan de bekeuring; is het deze bewuste overtreding wel waard? Misschien heb je haast. En als we te laat komen op de afspraak dan geven we aan dat het verkeerslicht op rood stond. Wellicht ben je laat van huis gegaan. De maand Elloel staat ook in teken van eigen verantwoordelijkheid nemen. Nemen we de verantwoordelijkheid, in dit voorbeeld, om het verkeerslicht ‘de schuld’ te geven van de vertraging of nemen we de verantwoordelijkheid om bij onszelf te rade te gaan? En als we dan door het rode verkeerslicht rijden om niet te laat te komen, denken we dan ook aan de andere gevolgen? Wellicht leidde deze keuze wel tot de dood en door deze keuze kun je ook iemand anders meenemen.   

Zo is het ook met de mitswot. We denken niet altijd aan de gevolgen van het overtreden van Zijn mitswot. Hoe vaak komt het voor dat we een ander tekort doen of kwetsen? Wellicht onbedoeld. In de maand Elloel mogen we nadenken over de dingen die we deden en de gevolgen ervan, zodat we berouw hebben. Dit berouw hebben we nodig, om nederig te worden en ontzettend dankbaar te zijn voor ons leven, dat we de straf op de zonde niet meer hoeven te dragen. Berouw hebben we nodig om terug te keren naar de Eeuwige, maar ook terug te keren naar elkaar. De Eeuwige is de Bron van ons leven, ook dat van u. Dan kunnen we elkaar bemoedigen met deze woorden: Wees vastberaden en standvastig. Wees niet bang. De Eeuwige zal met U zijn.

Vayelech – בילך – Hierna ging

In deze parasha wordt gesproken over het Loofhuttenfeest (Sukkot). Daarom zal ik als bijlage op de website kort iets vertellen over G’ds feesten. Nu eerst deze parasha.

Op de laatste dag van zijn leven verzamelt Mosjee (Mozes) heel het volk voor een laatste toewijding. Het verbond omvat niet alleen de aanwezigen maar ook alle nog niet geboren generaties inclusief vreemdelingen (Gojim) die de Here zullen gaan dienen. En hier worden u en ik mee bedoeld. Al in de Torah wordt over de gelovigen uit de heidenen gesproken.

Mosjee spoort de mensen aan om uitermate alert te zijn tegen afgoderij, want ondanks dat zij de afschuwelijke afgodendienst in Egypte gezien hebben, zal er altijd de verleiding zijn van de vreemde filosofieën als een excuus voor immoreel gedrag. Dit vet gedrukte komt uit een Joods commentaar op deze parasha. En misschien is dit wel de kern van ons denken. Want immers begint niet alles in onze gedachten? Al bij Nimrod kwamen er “vreemde” (niet van onze G’d) filosofieën/religies binnen. Dat heeft zich door allerlei volken en ook door Israël voortgezet met als climax wellicht het Grieks/roomse denken. En dit laatste heeft zich tot op de dag van vandaag diep genesteld in onze “rijke” westerse cultuur.

Mosjee beschrijft hoe het land Israël verlaten en uitgestorven zal worden wanneer het Joodse Volk zich niet aan de mitswot/Torah zal houden. Hun afstammelingen, zowel als vreemde volken zullen niet in staat zijn het land te bewerken en er iets doen groeien. De conclusie zal duidelijk zijn voor iedereen: het Joodse Volk heeft HaShem verlaten.

Op de laatste dag van zijn leven wil Mosjee van tent tot tent gaan om vaar­wel te zeggen aan zijn geliefd volk, terwijl hij hen aanmoedigt sterk en krachtig te blijven in het geloof. Echter zijn lichamelijk zwakheid staat het hem niet meer toe. Mosjee leert het volk de mistwa van hakheel: Iedere zeven jaar, op Soekot, moet het volk zich verzamelen bij de Tempel om te horen hoe de koning voorleest uit het Boek Devariem [Deuteronomium]. HaShem vertelt Mosjee en Jehosjoea om Haäzinoe (luister goed lied) op te schrijven, hetgeen als „getuige” zal dienen tegen de Joden wanneer zij zondigen maar ook als waarschuwing voor de volken.

Volgende week meer over Haäzinoe.