Tsav – צו – Gebod

Deze parasha beschrijft in detail de uitvoering van de offers, de wijding van de tabernakel en de wijding van Aharon en zijn zonen.

Aharon en zijn zonen krijgen eerst de instructies met betrekking tot het uitvoeren van de offerdiensten, voordat ze gewijd worden ten overstaan van het volk. De Eeuwige had Aharon en zijn zonen uitgekozen om als (hoge)priester dienstbaar te zijn in Zijn tabernakel. 

Dit moest zorgvuldig gebeuren, zodat het de Eeuwige welgevallig zou zijn en er verzoening, toenadering, herstel kon plaatsvinden. Niet alleen met de Eeuwige, maar ook met elkaar. Het was niet genoeg om je excuses aan te bieden voor het feit dat je iets had gestolen bijvoorbeeld.
Je moest het eerst vergoeden aan je medemens met een vijfde extra
(20% extra), dan pas kon je het hersteloffer brengen om verzoening te doen. Het werd je dan vergeven en de Eeuwige herinnert je dan je schuld niet meer. Je schuld is weg. 

Zoals de Eeuwige het niet meer herinnert, zo mag je het jezelf niet meer aanrekenen en zelfs ook vergeten en zo mag een ander jou dat ook niet meer aanrekenen en moet dit vergeten. Maar hoe moeilijk is dat, als je onrecht is aangedaan? Hoewel de ander spijt betuigt en er alles voor wil doen om het goed te maken, dan blijft de zonde (het onrecht) vaak nog in onze herinnering. Als er weer een mogelijkheid komt om het ter sprake te brengen, dan doen we dat ook. De pijn zit er dan nog. We houden onszelf zo in geestelijke gevangenschap. Hierdoor is de straf van de zonde niet weg en ontnemen we de ander de mogelijkheid om tot de Eeuwige te naderen.

Wat zegt Yeshua hierover in Mattheüs 5:23-24; Wanneer je dus je offergave naar het altaar brengt en jij je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen. 

Dit is precies hoe het ook ging met de offers; eerst moest je het gestolen goed vergoeden met een extra bedrag als genoegdoening en daarna bracht je hersteloffer. 

Als ons iets is aangedaan en er is boetedoening gedaan, laten we ons dan verzoenen en samen ons gebed richten aan Yeshua de middelaar, opdat we elkaars zonden kunnen vergeven en vergeten. Dan staan we beide vrij voor Gods aangezicht.