Shelach Lekha – שלח לך- Zend uit

Onlangs kocht ik een oude brievenhouder uit Jeruzalem, daar staan 2 verkenners op afgebeeld met een grote tros druiven in hun midden. Deze grote tros druiven, waarnaar het Eskjoldal vernoemd werd, staat symbool voor vruchtbaarheid van het land, maar tegelijkertijd ook de zonde die heeft plaatsgevonden door de 10 verspieders.

Dit symbool is heden ten dage vaker te vinden op producten uit Israel. Aan de ene kant geeft het weer dat de Eeuwige Zijn belofte nakomt met zijn volk en aan de andere kant is het een waarschuwing. De waarschuwing die ook door Mosjee gebruikt wordt in Numeri 32, als de stam Gad en de stam Ruben aan Mosjee vragen om hun Jazeer en Gilad te geven, met de angst dat het volk opnieuw ontmoedigd zal worden en niet de Jordaan zou willen oversteken.

De verspieders die negatief verslag hadden uitgebracht over Eretz Israel, het Beloofde land, stierven door een plaag bij het heiligdom. Deze verspieders, leiders, hadden weinig zelfvertrouwen, ze zagen zichzelf als nietige sprinkhanen. Hoe vaak zien we onszelf niet als nietige sprinkhanen? Tot weinig in staat? Juist als leiders dit doorgeven aan het volk, voelde het volk zich ook niet in staat om dit doel te bereiken. De leiders hadden ook hun toekomstperspectief, de bestemming van de Eeuwige met het hele volk afgenomen. Dit lijkt tot grotere gevolgen te hebben. De zonde van de leider heeft geleid tot zonde van het volk.

Het volk is ontmoedigd en wil een andere leider en zelfs weer terug waar ze vandaan waren gekomen. Hoe vaak willen we terug naar de tijden dat alles goed leek en vergeten we ook de moeilijkheden die daarbij kwamen kijken? Juist deze generatie kon het Beloofde land niet ingaan. Deze generatie die ondanks al God’s wonderen bleven klagen, met gebrek aan vertrouwen, aan toekomstvisie, bestemming, zou altijd een reden hebben om terug te willen gaan naar Egypte. Hun kinderen, die het Egypte niet kenden, alleen van verhalen van hun ouders, waar zouden zij naartoe gaan? Hun verlangen om terug te gaan naar Egypte, dat zou er niet zijn. Ze hebben Egypte daadwerkelijk niet echt gekend. Ze waren in vrijheid geboren en geen slaaf geweest van Egypte. 

Vervolgens wil het volk willens en wetens toch het land veroveren, ondanks de waarschuwing van Mosjee. Ze doen het op eigen kracht en denken daarmee de gunst van de Eeuwige terug te winnen. Wat ze eigenlijk doen is de straf niet accepteren als gevolg van hun zonde. En ze accepteerden de autoriteit van Mosjee niet. Rebellie. Accepteren wij soms ook niet de consequenties van onze daden en gaan dan willens en wetens door, grenzen overschrijdend, om ons doel te bereiken?

Na de nederlaag herinnert de Eeuwige het volk aan hun bestemming door de offers te bespreken als ze eenmaal in het land aan zijn gekomen. De Eeuwige geeft ook een herinnering, de tsitsit. Een hulpmiddel als herinnering om de mitswot te doen, zodat ze tot hun bestemming kunnen komen. 

Laat je niet ontmoedigen om de bestemming te bereiken die de Eeuwige voor ons op het oog heeft.

Shelach Lekha – שלח לך- Zend uit

In deze parasha lezen we het bekende verhaal van de 12 verspieders waarvan er uiteindelijk maar twee met een positief bericht over het land terugkwamen. Opmerkelijk is het kwade gerucht wat verspreid wordt in vers 32: een land dat zijn inwoners verslindt. Ook staat er geschreven: “Zij zijn sterker dan wij”. De Talmoed (sota 35a) zegt dat voor het woord wij hier ook gelezen kan worden het woord HIJ, in de zin van G’d. Dan komt zo’n verhaal toch weer in een geheel ander perspectief te staan en begrijpen we dat G’d afrekent met deze generatie door 40 jaar woestijn. Ongehoorzaamheid aan de Eeuwige is niet slim blijkt maar weer eens.

Onze huisrabbijn zegt over het kwade gerucht: een land dat zijn inwoners verslind, het volgende: Een land kan een volk alleen verslinden wanneer het volk alleen maar bezig is met materiële zaken (werken, feesten, huwen etc als in Noachs tijd) in plaats van geestelijke zaken. Focus op G’d.

Dat is dan weer heel herkenbaar voor deze tijd.

Offers nemen ook in het boek Numeri een belangrijk plaats in. Voor Joden als ook voor niet Joden staat er (hoofdstuk 15). De wet is er voor Joden en niet Joden of toch niet? Er wordt wel eens gezegd: De Joden leven onder de wet maar wij leven onder de genade. Ik vind dit een ernstige misvatting. Hier wordt een behoorlijke tegenstelling geplaatst en daar komen wij dan weer goed mee weg. Het is waar dat de Joden MET de wet leefden en leven. Het is waar dat wij genade ontvangen maar wie dit zegt is echter alles behalve dan volledig. Joden leefden en leven namelijk ook van genade. De bijbel staat er vol van. Voorbeeld Psalm 84:12 JHWH geeft genade en ere (aan Zijn volk Israël). Het Joodse volk heeft niet anders dan uit genade kunnen en mogen leven. Daarom bestaat het nog en is het levendiger dan ooit te voren. Waarom? Omdat hun G’d hen genade geeft en in ere hersteld!! Vergis u niet dat de Joden uit dezelfde genade leven als wij.

De Joden leven met de wet tot genade. Wij leven door genade naar de wet. Dat wil dus zeggen dat de wet en de genade voor beiden hetzelfde zijn en inhoud gelijk is en dus gehouden dienen te worden, alleen de startpositie is verschillend.