Re’eh – ראה – Zie

Deze parasha begint met de keuze voor de zegen en de vloek. De zegen als we Zijn geboden doen en de vloek als we Zijn geboden niet gehoorzamen en afwijken van de weg die ons gewezen wordt en als we achter andere goden aanlopen. 

De zegen lijkt eenvoudig: gehoorzamen in het doen van Zijn geboden, Zijn mitswot. Je zou verwachten dat de vloek dan alleen zou bestaan uit het niet gehoorzamen in het doen van de geboden. Toch worden hier 3 dingen beschreven. De vloek krijgt als het ware 3 waarschuwingen. Je krijgt de vloek als je niet gehoorzaamt, afwijkt van de weg en achter andere goden aanloopt. Hoewel deze 3 met elkaar te maken hebben, wordt dit apart genoemd. Als je niet gehoorzaamt, wijk je automatisch af van de weg en zul je andere goden gaan dienen. 

Soms denken we de Eeuwige te gehoorzamen, maar dat doen we uiteindelijk niet. ‘We doen toch Zijn geboden, we kiezen alleen een andere weg.’ ‘Er leiden toch meerdere wegen naar dezelfde plaats of toch niet?’ Leiden onze verschillende gedachten tot dezelfde Enige Ware God of leiden onze verschillende gedachten tot dezelfde weg? Als één Lichaam trekken we samen op, als eenheid. Hoe kunnen we dan andere wegen bewandelen? 

Op deze 3 dingen kunnen we onszelf toetsen. Waarom zouden we dat doen? Omdat ook de Eeuwige ons hierop toetst. Zie ook Deuteronomium 13:4; De Eeuwige, onze God, stelt ons op de proef of we Hem wel met hart en ziel liefhebben. Dit is een gebod, zie ook Deuteronomium 6:5; Heb daarom de Eeuwige, uw God, lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten. We moeten de Eeuwige liefhebben met hart en ziel. Gehoorzamen we Zijn mitswot, bevinden we ons nog op Zijn pad en zijn we geen andere goden gaan volgen? 

Deze tekst komt ook weer terug in het Sjema, wat in zowel het dagelijks ochtendgebed als het dagelijks avondgebed wordt gereciteerd. Ook Yeshua geeft dit als antwoord op de vraag wat nu het belangrijkste gebod is; het Sjema! (Marcus 12:29-30). De schriftgeleerde in Marcus bevestigd dat ook. Er is geen belangrijker gebod dan het Sjema. In het Sjema worden we geconfronteerd met het gehoorzamen van Zijn Mitswot, Zijn pad te volgen en geen andere goden na te volgen. 

We moeten Hem liefhebben, omdat hij Éen, Echad, is. Hij is één met ons. Wij zijn een onderdeel van Hem, Hij heeft ons geschapen en daarom hebben we Hem lief. En omdat we Hem liefhebben en jullie ook een onderdeel zijn van Hem, moeten we ook elkaar liefhebben. Daarom zegt Yeshua dat er geen geboden belangrijker Zijn dan deze twee. Het omvat juist de gehele Torah en door deze Torah blijven we met elkaar verbonden en een onderdeel van onze Maker, HaShem, de Allerhoogste. Sjema!

Re’eh – ראה – Zie

Hier bedoelt de schrijver (Mosjee) met zien niet alleen met je ogen maar ook kijken met je hart. Bedoeld wordt het inzichtelijk waarnemen. Weer een essentieel gedeelte in de Torah is deze parasha als het gaat om zegen en vloek.

Maar eerst iets over het zien. Van al onze zintuigen is zien het meest echt en absoluut. Vandaar de wet/mitswot (Talmoed Rosj Hasjana 27a) dat ‘een getuige geen rechter kan zijn’. Een rechter moet openstaan voor argumenten die de aangeklaagde ter verdediging aandraagt. Als hij de daad gezien zou hebben, zou deze rechter een te overheersende indruk van de man zijn schuld hebben – en zou hij geen empathie of gerechtigheid kunnen vinden voor de daad. 

Wanneer wij iets horen, ruiken of voelen, trekken we daaruit onze logische conclusies en zijn wij er (bijna) van overtuigd dat het waar is. Maar het is nooit helemaal 100 % zeker. Er is en blijft altijd een kleine twijfel over, een spoor van: ja, hmmm…. Maar niet als iets gezien wordt. Zicht is de ‘perfecte waarneming’. Dit is waarom de profeten de periode van Yeshua HaMasijach als een tijd van ‘zien’ omschrijven”, Jesaja 30:20;  “en al het levende tezamen zal dit zien, want de mond van G’d heeft het gezegd” Jesaja 40:5 en Lucas 3:4-6.

Waarom zou hier dan niet het gebruikelijk woord “shema” worden gebruikt. Het woord wat Mosjee te doen gebruikelijk was te bezigen als het gaat om gehoorzaamheid. Het shema geeft geen mogelijkheid voor een eigen keuze. Het is gewoonweg luisteren en gehoorzamen. Hoor Israël, de Heer uw G’d is één G’d. G’d houdt ons voor dat er maar één G’d is en dat is de G’d van Avraham, Yitzak, Yaakov en Israël. Je kunt niet kiezen voor een andere G’d gewoonweg omdat die niet bestaat.

In dit vers (Deuteronomium 11:26 ev) is de keuze wel aan ons. We worden opgeroepen G’ds geboden te doen. Welke zijn dan die geboden, is mijn vraag aan u?

Wanneer we andere goden achterna lopen zijn we ongehoorzaam en wijken we af van de weg die G’d ons gebied te gaan. Kunt u/jij mij vertellen welke die andere goden dan wel niet zijn?