Pinchas – פינחס – Pinchas

Deze parasha begint met de daad van Pinchas. Pinchas die het recht in eigen hand lijkt te nemen. Een dapper besluit, waarmee hij wordt gezegend. Waarom? Omdat hij voor God is opgekomen en verzoening voor de Israëlieten heeft bewerkt. (Numeri 25:13). Het is dus niet alleen dat je voor de Eeuwige opkomt, maar tegelijkertijd verzoening brengt. Juist deze 2 samen zorgen ervoor dat het een rechtvaardige daad is, ondanks dat hier geen rekening wordt gehouden met Mosjee, de leider door de Eeuwige aangesteld. Hij vraagt niet aan Mosjee, hij doet het. In ons eigen leven komen we regelmatig voor de Eeuwige op, maar of dat altijd tot verzoening leidt? Als je voor de Eeuwige opkomt, bedenk dan meteen of dit leidt naar verzoening of niet. Wellicht zit het alleen al in de manier waarop.

Na de plaag vindt er een telling plaats in opdracht van de Eeuwige. Het geeft mij de indruk dat er juist wordt geteld wie er over zijn gebleven na de plaag. Wij zijn gewend om te horen en / of te lezen hoeveel slachtoffers er zijn gevallen. Hoe hebben wij met zn allen de afgelopen maanden naar het aantal doden en zieken geluisterd en misschien zelfs wel bijgehouden mbt het Corona virus? Hoe zou het zijn als we alleen berichtgeving hadden gehad over de levenden? Na de plaag geeft dit wellicht weer nieuwe kracht en moed om door te gaan, want er is een doel met ieder die nog leeft. Het Beloofde Land wordt verdeeld , dat geeft ook weer nieuwe hoop en toekomst perspectief. 

De dochters van Tselofchad voelden zich benadeeld, hun kwam geen grondgebied toe, want hun vader had alleen dochters en geen zonen. Bijzonder dat deze vrouwen in deze tijd voor hun (grond)rechten opkwamen. Hoewel er vaak wordt gesproken dat de positie van de vrouw, destijds ook onder het volk, ondergeschikt was, is dit een voorbeeld dat dit wellicht niet zo was. De vrouwen hadden de moed om naar de Mosjee en de leiders van hun volk toe te stappen. Ze beginnen te vertellen dat hun vader niets te maken had met Korach. Ze hebben zoveel respect voor hun vader dat ze de zonde niet noemen, maar het is duidelijk dat hun vader de autoriteit van Mosjee niet in twijfel trok en het respecteerde dat de Eeuwige Mosjee die plaats had gegeven om het volk te leiden. Ze geven hiermee aan dat ze niet de autoriteit van Mosjee in twijfel trekken, maar juist een oprecht verzoek willen doen. Mosjee wijst deze vrouwen niet af, hij is niet hard tegen ze. Hij had in zijn positie tegen deze vrouwen kunnen zeggen dat het nu eenmaal de wet van de Eeuwige was en dat ze het ermee moesten doen. Mosjee laat geen autoritair gedrag zien, voelt zich niet beter, maar luistert oprecht naar deze vrouwen en gaat voor hen in gesprek met de Eeuwige. Deze vrouwen deden er toe, ze behoorden evenveel bij het volk van de Eeuwige. Zij hadden ook recht van spreken. Iedereen mag voor zijn rechten opkomen, zonder aanziens des persoons.

In dit voorbeeld lees ik ook in Romeinen 11 dat we net als Mosjee, ons niet moeten verheffen boven anderen, maar elkaar als gelijken moeten zien. Iedereen is evenveel waard. De Eeuwige schrijft niemand af op grond van sekse of afkomst. Wij zijn elkaars gelijke; Jood en niet-Jood, hoe kun je dan je gelijke als minderwaardig zien en er zo naar handelen? De Eeuwige hoort elk oprecht gebed, van een Jood en van een niet-Jood. Niemand weet het beter. Zoals een Joodse geleerde Ben Zoma ooit zei: Wie is wijs? Die van iedereen leert.

Pinchas – פינחס – Pinchas

De parasha van deze week begint midden in het explosieve verhaal van Pinchas (de achterneef van Mosjee), dat begon in de vorige parasha, Balak. Daar zag Pinchas een immorele daad begaan door Zimri, de vorst van de stam Simeon, met Kozbi, een Midjanitische prinses. Pinchas reageerde snel en doodde deze twee mensen, waarna de plaag, die G-d als straf gezonden had, stopte, waarmee talloze Joodse levens gered werden. Alweer een beeld van Yeshua onze Messias.

Maar Mosjee was toch ook getrouwd met een Midjanitische vrouw genaamd Tsippora? Mosjee trouwde met Tsippora voordat de Torah aan het Joodse volk gegeven was, toen er nog geen verbod gold voor het huwen met een Midjanitische vrouw, terwijl Zimri’s gedrag plaats vond na Matan Tora, toen het verbod reeds volledig in werking was getreden. Bovendien had Mosjee Tsippora tot het „Jodendom” van vóór Torah bekeerd, iets waar Zimri geen belangstelling voor had. Maar toch ook had Mosjee hier deze beiden direct dienen uit te schakelen. De aanzet kreeg Mosjee pas nadat HaShem hem hiertoe een bevel gegeven had. En nog deed Mosjee niet veel dan met z’n allen zitten huilebalken voor de tent der samenkomst. De tijdelijke vergeetachtigheid van Mosjee veroorzaakte dat de hele gemeente Israël in huilen uitbarstte (25:6).

Uiteindelijk was het de daadkracht van Pinchas die het volk Israel weer vrij zette van de straf van de wet.

Wat leren we hieruit?

In de eerste plaats dat de WET van G’D heilig en goed is. Geen twijfel over mogelijk dat G’d met Zijn wet goede bedoelingen voor ons heeft. In de tweede plaats dat wij er wel aan zijn gehouden Zijn wet nauwgezet te volgen. Voor ons eigen bestwil. Of we de wet nu wel of niet begrijpen is het houden er van een logisch gevolg van ons vertrouwen in Hem en gehoorzaamheid aan Hem. Ten derde leren we hiervan dat wanneer de wet overtreden wordt dit gevolgen heeft voor je persoonlijk maar ook voor de gemeenschap waartoe je behoort. En als vierde dat de wet bestaat uit een norm en een sanctie (straf). Wordt de norm overtreden dan volgt een sanctie. Is er aan de sanctie voldaan dan is de wet (G’d) gerechtvaardigd en beginnen we opnieuw.

Dat wil niet zeggen dat de wet dan terzijde kan worden gesteld. Zeker niet. De wet blijft (norm en sanctie ook) en zal bij een volgende overtreding van de wet weer toegepast dienen te worden.

Wat heeft Yeshua dan gedaan? Hij heeft in ieder geval nauwkeurig en als voorbeeld de wet van Zijn Vader gehouden. En ………… de sanctie (straf) die wij verdienden heeft Hij gedragen. Is daarmee G’ds wet ophouden te bestaan. Volstrekt niet zegt zelfs Paulus.

Sterker nog de wet van G’d en daarmee G’ds liefde voor ons is nog even levendig en krachtig als ooit te voren. G’d is liefde en Zijn Woord is liefde en Zijn wet is liefde. Gelukkig maar!