Tazria – Metsora – תזריע מצרה

Tazria – Zij draagt / Geeft zaad
Metsora – Melaatse

Parasja Tazria en Metsora gaan allebei over onreinheid. De reden staat helemaal op het einde in Wajikra 15:31. De Israëlieten moesten zich altijd bewust zijn van hun onreinheid, ze mochten de tabernakel, die in hun midden stond niet verontreinigen met hun onreinheid. Onreinheid moest eerst door de persoon zelf worden geconstateerd, zodat ze daarmee naar de priester konden gaan. Je moet dus eerst zelf constateren dat je onrein bent geworden of je moest je twijfels hierover uiten naar de priester. Ben ik wel onrein? Dit is de gedachten die we dus ook steeds moeten hebben met de dingen die we denken, doen en zeggen. Maakt dit mij onrein?

Deze parasja gaat ook over quarantaine. Dit woord komt heden ten dage wel bekend in de oren en we hebben nu een idee van wat dat inhoudt. Het volk Israël had vaak met quarantaine te maken. Als je onrein was ging je in quarantaine. Parasja Tazria begint met de zwangerschap. Zwangerschap is ook een vorm van quarantaine. Je zit maanden in de buik van je moeder. Heel erg dichtbij degene die je voedt en van je houdt. Dichterbij iemand kan eigenlijk niet. Anderen kunnen tegen je praten, maar je zit lekker veilig. In de periode van quarantaine, als we onrein zijn verklaard, komen we ook geestelijk dichterbij onze Schepper. Periode van afzondering zorgt eigenlijk altijd wel voor dat we meer gaan bidden, meer over onszelf gaan nadenken en ons willen verbeteren. We zijn tegenwoordig niet meer gewend om in quarantaine te leven, destijds was het heel normaal en keken ze er niet van op.
 
Als de periode van quarantaine was afgelopen moest je een offer brengen. Zodat er weer verzoening was. Verzoening, zoals ik eerder al heb aangegeven in een eerdere parasja, moet je iets kosten.

Door het besef van onreinheid krijg je een nederige houding, waardoor je meer in afzondering gaat leven. Meer tijd voor persoonlijk gebed of bijbel lezen is ook een manier van afzondering. Hierdoor krijg je nieuwe inzichten en ben je ook bezig met zelfreflectie. Door een daad, kun je de Eeuwige en de gemeenschap ook laten zien dat je daadwerkelijk verzoening met de Eeuwige wil en weer heel dichtbij de Schepper wil zijn. Zodat je elke keer na de quarantaine dichter en dichterbij komt. Voor de gemeenschap was het dan ook duidelijk dat je dan weer rein was na de verzoening. Door deze fysieke daad was iedereen weer gerust dat ze weer met je in contact mochten komen en dus ook zelf fysiek rein bleven door het contact. 

In parasja Metsora wordt ook rekening gehouden met de armen. Verzoening is er voor iedereen of je nu arm of rijk bent. De een kan zich niet meer verzoenen dan de ander. Als er verzoening is gedaan en de prijs is betaald dan is het klaar. 

Hoe mooi is dat: door ons te realiseren dat we onrein zijn, gaan we in quarantaine, waardoor we dichter naar God toe leven en dat we er uiteindelijk de prijs willen betalen om ons te verzoenen. En als we het offer willen brengen, daar staat dan Yeshua, die de prijs van verzoening heeft volbracht. 

Parasja Metsora – מצרה

(De besmette)

Leviticus 14 beschrijft wetten voor de reiniging van de melaatsheid en de betreffende woningen en hoofdstuk 15 de wetten in geval van onreinheid bij man of vrouw. 
In vers 14 lezen we dat er bloed gesmeerd wordt aan oorlel, duim en grote teen. 
Ik heb al eens gezegd over een vorige parasja dat ik denk dat bedoelt word; het oor is om naar God te luisteren, naar Zijn Tora.
De duim is hetgeen wat ons in staat steld om iets goed vast te houden, houd vast aan Zijn en de grote teen zorgt ervoor dat wij niet wankelen in ons geloof. Waarin het bloed verwijst naar het bloed van Yeshua. Maar daarbovenop komt ook nog eens de olie, olie staat voor zalving en heiliging. Dus verzoening en heiliging.
En wat te denken over het huis waar De Eeuwige zelf de melaatsheid aan toebedeeld had, blijkbaar had Hij huizen met ziekte geslagen in de periode voordat het land Kanaan tot bezit gegeven was aan het volk van God? Ik moet bij dit vers denken aan de uitspraak, “wij zijn in deze wereld maar niet van deze wereld”, we kunnen verlost worden van onze melaatsheid. Zoniet dan wordt het huis verbrand. Dat is nogal definitief. Maar eerst kan de steen welke besmet is verwijderd worden. Als het huis beeldspraak zou zijn voor je hart dan is het verwijderen van de stenen het belijden van zonde en het hebben van berouw.

De eerste verzen van hoofdstuk 15 gaat mijns inziens over een soa omdat in vers 16 staat dat wanneer het een zaadlozing betreft hij onrein is tot de avond en zich moet wassen, er wordt dan niet gesproken over offers en priesterbezoek.
En waarom is een vrouw 7 dagen onrein rond haar menstruatie, een gedachte is dat de man na de onthouding opnieuw naar zijn vrouw verlangt en wanneer er geen onthouding was, de man apatisch zou worden naar zijn vrouw. Zo kan afzondering en onthouding hier bijdragen.

Johan van Tongeren