Mattot – מטות – Stammen / Masei – מסעי – Tochten

Het Haftarah-gedeelte van deze week gaat verder met een periode van rouw dat vorige week in Parasha Pinchas werd beschreven.

Op 17 Tammuz begint een vasten, wat de dag markeert dat de muren van Jeruzalem door de Babyloniërs werden neergehaald in 586 voor Christus en opnieuw door de Romeinen in 70 na Christus.

Het eindigt precies drie weken later op de 9e dag van Av, de dag dat de Eerste en Tweede Tempel door respectievelijk de Babyloniërs en de Romeinen werden vernietigd.

Deze periode van drie weken heet Bein HaMetzarim, wat letterlijk betekent tussen de engten (Klaagliederen 1:3).

Israël bevond zich ook op een kritiek overgangspunt (Bein HaMetzarim). Ze had Gods geboden kunnen gehoorzamen en de zegeningen ervaren; in plaats daarvan keerde Israël zich van God af en zocht afgoden.

“Mijn volk heeft twee zonden begaan: ze hebben Mij verlaten, de bron van levend water [Makor Mayim Chayim], en hebben hun eigen stortbakken gegraven, gebroken stortbakken die geen water kunnen vasthouden.”  (Jeremia 2:13; zie ook Jeremia 17:13)

Israëls verlaten van God leidde tot de vernietiging van Salomo’s Tempel (Eerste Tempel) en Herodes Tempel (Tweede Tempel) op 9 Av (Tisha B’Av). In beide gevallen werden de Joden in ballingschap weggevoerd.

Die zonde en de gevolgen ervan maken ons Joodse hart vandaag nog steeds zwaar.

In dit Haftarah-gedeelte noemt God zichzelf Makor Mayim Chayim – de bron van levend water. 

Yeshua verkondigde Zichzelf ook als de bron van levend water op de laatste dag van de watergietceremonie tijdens het Feest van Soekot (Loofhutten):

‘Als iemand dorst heeft, laat hem dan naar Mij komen en drinken. Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift heeft gezegd, stromen van levend water [mayim chayim] vloeien van binnenuit.’  (Johannes 7: 37–38)

Yeshua sprak over de Geest van de levende God, en wanneer we van deze levende wateren drinken, vinden we niet alleen leven, maar vernieuwen we de levens van anderen terwijl dat levende water uit ons stroomt.

Alleen door de kracht van deze levende wateren kunnen we met succes onze eigen kritieke overgangsperioden doorlopen en de volledige zegeningen binnengaan die God heeft voor degenen die zijn geboden gehoorzamen.

De “bron” van “levend water” vinden we in de Torah. Het is Torah! Wat een mooie woordspeling: bron en levend water.