Ki Teitzei – כי תצא – Wanneer Gij uittrekt

Deze parasha telt 72 mitswot, het grootste aantal van alle parashot. De mitswot gaan over het zorgen voor anderen, over waardigheid en je eigen verantwoordelijkheid nemen. Door deze mitswot lees ik de liefde van de Eeuwige, onze God. Ik noem hieronder een paar.

Een meisje dat als krijgsgevangene wordt meegenomen krijgt de status van een echtgenote. Een volwaardige echtgenote. Bij scheiding kan ze niet worden verkocht of als slavin gebruikt worden. Ze is dan niet minder waard geworden, omdat ze gescheiden is.  
Als je gescheiden bent voel je je ook minder waardig. Het huwelijk is mislukt en er is schaamte. Je bent er niet trots op. Dat wordt vaak bevestigd door reacties van anderen. Je bent een gevangene van verkeerde gedachten over jezelf. Net als de krijgsgevangene is het zo; je bent vrij om te gaan waar je ook maar wil. Je je bent waardevol, want de Eeuwige vind je waardevol en dit zie je terug in de mitswot, in Zijn liefde voor ons. 

Als een man twee vrouwen heeft en hij zijn eerstgeboren zoon bij de minst geliefde vrouw heeft, moet hij deze zoon zijn eerstgeboorterecht geven. Aannemelijk is dat de minst geliefde vrouw zijn eerste vrouw is en dat hij later met nog een vrouw getrouwd is, waardoor de eerste vrouw zich minderwaardig kan gaan voelen. Zeker als ze bemerkt dat ze ook minder geliefd is. Haar eerste zoon, zal haar op deze manier weer waardigheid kunnen teruggeven, juist vanwege het eerstgeboorterecht; een dubbel deel van de nalatenschap.

Als je iets vindt wat van een ander is moet je daar goed voor zorgen. Je hebt daarbij een verantwoordelijkheid. Je mag niet werkeloos toezien. Wat voor jou niet veel waard is, kan voor een ander heel veel betekenis hebben. 
Het kan een kwelling zijn als je iets kwijt bent en een diepe teleurstelling dat als het gevonden wordt dat er niet goed voor gezorgd is. De vinder draagt de last om ervoor te zorgen, de last is minder zwaar dan de kwelling als je wat kwijt bent. Ga maar eens na als je je zoon/dochter bent kwijtgeraakt, hoeveel te meer zal je die gaan zoeken? En wat een kwelling is het als je deze na een paar dagen nog niet hebt gevonden? Degene die je zoon/dochter heeft gevonden zal er goed voor moeten zorgen, maar er ook alles aan doen om deze weer terug te brengen. Hoeveel temeer zal je diegene dan willen vergoeden voor de verzorging van je kostbare bezit. 

Hierbij denk ik ook aan de verloren schapen van het huis van Israël, zie ook Matteus 15:24. Zo moeten wij ook voor Israël zorgen, totdat de Eeuwige het komt halen, en zo moeten we ook voor elkaar zorgen. Dat is onze verantwoordelijkheid. De Eeuwige heeft ons geschapen, wij zijn allen even kostbaar en waardevol! U ook!

Ki Teitzei – כי תצא – Wanneer Gij Uittrekt

Van een rabbijn leerde ik dat wij niet moeten discussiëren maar van gedachten wisselen. Hij legde mij uit dat hier een essentieel verschil tussen zit en dat dit tevens te maken heeft hoe wij in het westen denken. Ook hij noemde dit het Griekse denken. Hij gaf dit voorbeeld als citaat uit een vooraanstaand boek over de uitleg van discussiëren: “Discussiëren doe je als je een verschil van mening hebt. Met alleen roepen krijg je geen gelijk. Je moet je mening met argumenten kunnen onderbouwen, of je gebruikt tegenargumenten om het standpunt van de ander onderuit te halen. Als je discussieert, verschil je van mening met een ander en wil je die persoon overtuigen van de juistheid van jouw standpunt. Beide partijen gebruiken argumenten om hun standpunt te verdedigen. Een belangrijk verschil met een betoog is dat je direct op elkaars argumenten moet reageren. Goed luisteren en snel denken dus. Discussiëren is de mondelinge vorm van argumenteren”.

In de cursus “Ontdek de Hebreeuwse wortels” zal ik hier dieper op ingaan. Toch overkwam het mij dat ik enige tijd geleden met een christen in discussie ging over de wet. Ook ik heb nog veel te leren en nog meer af te leren. Ik vroeg deze christen op een gegeven moment of wij de wet moeten houden en waarom dan wel/niet. Zijn antwoord was: “Nee wij moeten en kunnen de wet niet houden, wij moeten ons houden aan wat er in het woord van G’d staat.”

U begrijpt dat ik het volkomen met hem eens ben als het gaat om wat hij zei na de komma. Van de apostel Paulus wordt ook wel eens gezegd dat voor hem de wet had afgedaan en dat hij dit vrijelijk proclameerde. Ik kan u zeggen dat er vele momenten in Paulus brieven zijn die het tegendeel aantonen.

Een voorbeeld vinden we in deze parasha. In Deuteronomium  22:30. Deze mitswot (wet) wordt nog eens herhaald in Leviticus 18:8, 20:11 en Deutr. 27:20. Op niet mis te verstane wijze wordt hier neergezet wat er moet gebeuren met iemand die “slaapt” bij de vrouw van zijn vader. Je moet er ook niet aan denken maar toch gebeurde dit in de jonge gemeente van Korinthe. In 1 Korinthe 5:1-5 lezen we dat dit gebeurde en het wordt grove zonde genoemd. Paulus, op afstand, adviseert te doen met de dader als wordt omschreven in de Torah. Opdat zijn geest behouden zou worden is dan de troost.

Weet u waarom Joodse vrouwen één keer per maand vakantie verdienen?