Acharee Mot – Kedosjiem

קדשים – אחרי מות

Acharee Mot – Na de dood
Kedosjiem – Heiligen

De dood van de twee zonen van Aaron, Nadab en Abihu, lijkt de aanleiding te zijn voor Parasha Acharee mot, wat ‘Na de dood’ betekent. De naam van deze zonen worden ook niet meer genoemd. Opvallend hierin is dat het ‘verkeerde vuur’ wat ze hadden aangeboden niet meer wordt genoemd. Ze stierven toen ze in de nabijheid van de Eeuwige kwamen. Dit is opmerkelijk. Als iemand wat verkeerd doet, dan worden deze daden juist in herinnering gebracht. Er wordt nu niet meer gesproken over verkeerd vuur. Is hier meer in te ontdekken? En welke nabijheid wordt er eigenlijk bedoeld? In Wajikra 10 wordt samen met het verkeerd vuur ook de nabijheid van de Eeuwige genoemd.

Na de inauguratie, van Aaron en zijn zonen, moesten zij uiteindelijk hun plek innemen ten overstaan van het volk Israël. Nadat Aaron het volk heeft gezegend kwam ook de Majesteit van de Eeuwige en verscheen aan het volk. Dit was een bevestiging dat de priesterdienst nu ook echt was begonnen.

Nadat de zonen van Aaron zijn gestorven wil Aaron niet van het reinigingsoffer eten. Hij vond het ongepast. Niet eten is ook een vorm van rouwen, maar dat mocht Aaron niet doen. Waarom zou dit ongepast zijn?

In Wajikra 16:11-14 biedt Aaron een reinigingsoffer aan voor verzoening voor zichzelf en voor zijn familie. Hij doet gloeiende kolen in zijn vuurbak en neemt reukwerk mee, om deze in de heilige ruimte achter het voorhangsel op het vuur te leggen, zodat de wolk van het reukwerk de verzoeningsplaat bedekt. Deze handeling van Aaron lijkt op de handeling die zijn zonen hebben uitgevoerd. Zou het kunnen zijn dat Nadab en Abihu in de heilige ruimte zijn geweest, in de nabijheid van de Eeuwige. Het was verkeerd vuur, want het vuur in combinatie met het reukwerk moest een wolk veroorzaken, die de verzoeningsplaat moest bedekken. De plaat moest helemaal vervuld zijn met rook van het reukwerk. 

Daarom wilde Aaron niet van het reinigingsoffer eten, want het was ontwijd door zijn zonen. Alleen de Hogepriester bewerkt verzoening. Dit verwijst naar onze Hogepriester Yeshua. Alleen Hij bewerkt verzoening in ons leven. 

Voor Aaron was de dood van zijn zonen een waarschuwing, zoals we ook lezen in Wajikra 16:2. Het voorhangsel bracht hem elke keer in herinnering dat hij daar niet zomaar mocht komen en het hem zijn dood kon betekenen. 

In dit licht bekijken we ook parasha Kedosjiem wat ‘Heiligen’ betekent. Wees heilig, want Ik ben heilig. Hij heiligt ons door zijn mitswot (Wajikra 20:8) Wat doen we als we kaders krijgen, gaan we dan ook net even de grens over, net als Nadab en Abihu? Zoeken we de mazen in de wet? Of heiligen we ons door Zijn geboden te doen, opdat wij gezegend zullen zijn met een lang leven tot eer van onze Vader? 

Alles wat we doen heeft betekenis. Laten we elk moment beseffen dat alles een doel heeft.

Kedosjiem – קדשים

[Jij zult] heilig zijn. Leviticus 19: 1-20: 27

De Eeuwige sprak tot Mozes en zei: “Spreek tot de gehele Israëlitische gemeenschap en zeg tot hen: U zult heilig zijn, want Ik, de Eeuwige uw God, ben heilig.” – Leviticus 19: 1-2

Hier vinden we wellicht de meest indringende opdracht heilig te zijn. Wat een complex gebod is dit. Heilig zoals de Eeuwige Heilig is. Deze parasja plaatst ons in één van de moeilijkste maar tegelijkertijd, hoe vreemd het ook klinkt, één van de mooiste geboden. Heiligheid! Pff, wat een opdracht.

Maar eerst een vraag: Wat is heilig zijn eigenlijk? Wat betekend het? Het is geen kashrut of Shabbat regel, of zelfs geen regel van seksueel gedrag maar eerder de vermaning en de verwachting ‘heilig te zijn’.

In de Torah krijgen we regels en wetten die ons vertellen wat we moeten doen. Hier wordt ons verteld wat te zijn. Een soortgelijke verklaring is te vinden in Exodus 19: 6, waar ons wordt geboden een “koninkrijk van priesters en een heilig volk” te zijn. Maar wat betekent het om heilig te zijn? De parasha definieert niet wat heiligheid is, noch vertelt het ons wat het betekent heilig te zijn. De leidraad die het ons geeft is in de details: de wie, wanneer, waarom en hoe van het gebod.

‘Heilig’ is een woord dat we vaak gebruiken, maar we weten nooit precies hoe we het moeten definiëren.

‘Heilig zijn’ is niet alleen maar ‘anders’ of ‘gescheiden’ zijn. Denk aan wat wij heilig noemen: Shabbat is heilig. Gescheiden of verschillend van de rest van de week omdat het een bijzondere door de Eeuwige ingestelde dag is. Yom Kippur staat los van elke andere dag van het jaar omdat het door de Eeuwige ingestelde Moadiem is.

In alle facetten van de Torah zien we dat heiligheid eigenlijk betekend: “naar binnen kijken”.

Modern gezegd zouden we kunnen zeggen: Kijk naar jezelf!

Rabbijn Matthew D. Gewirtz zegt dat wanneer we naar onszelf kijken er geen tijd, ruimte en energie meer is om naar de ander te kijken. Hoe geweldig sluit dit aan op het lezen van het boek Filippenzen?

Ik vroeg een mij bekende rabbijn wat heiligheid voor hem betekende. Hij zei dat heiligheid betekende hetzelfde als zijn zoals de Eeuwige is. Pff wat moeilijk, haast onmogelijk maar niet onmogelijk vertelde hij mij. En toen……….toen sprak hij iets bijzonders. Hij zei heiligheid is: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.

Ik dacht waar ken ik dit van?

Heilig zijn betekend dus: liefdevol, vreugdevol, vredig, geduldig, vriendelijk, goed, trouw, zachtmoedig en zelfbeheerst TE ZIJN!

Acharee Mot – Kedosjiem

קדשים – אחרי מות

Acharee Mot – Na de dood
Kedosjiem – Heiligen

Met Pesach verlaten de driejarige en de eenjarige Parasha lezers elkaar om vervolgens op de derde Sjabbat van augustus weer samen de gelijke Parasha te lezen. Dit is het gevolg van verschil van interpretatie van de Hebreeuwse kalender in relatie tot Pesach. 

In deze wonderlijke Parasha die begint met Jom Kippur staat wat mij betreft één tekst centraal te weten hoofdstuk 20:26 ‘Weest MIJ heilig want heilig ben IK, de HERE en IK heb u afgezonderd van de volken omdat gij MIJ zoudt toebehoren.’

In deze parasha staan een aantal behoorlijk radicale uitspraken. Hoofdstuk 20:13 spreekt zich overduidelijk uit wat onze G’d van homofilie vindt en andere sexuele uitspattingen. Vers 27 duidelijk over waarzeggingen e.d.

In al deze dingen en nog veel meer zegt de Here nogmaals in vers 7, 8 en 9 WEEST HEILIG WANT IK BEN HEILIG! Diverse keren is het geen verzoek maar een opdracht! Vaak wordt er in ons leven wel voorbijgegaan aan het feit hoe heilig we wel niet zouden moeten zijn. De Hebreeënbrief schrijver zegt in hoofdstuk 12:4 ‘Gij hebt nog niet ten bloede toe weerstand geboden in uw worsteling tegen de zonde.’

Ook hoor ik nog wel eens zeggen: “Maar G’d is toch liefde en Hij kent de mantel der liefde”. Dit spreekwoord herken ik niet vanuit de bijbel. En HIJ verbergt geen enkele zaak onder een mantel ook niet die der liefde. Als dat zo zou zijn dan is Zijn genade ons niet genoeg en zou Yeshua ook niet gestorven hoeven zijn. Nee, volgens mij komt Zijn liefde pas tot werkelijke zichtbaarheid wanneer wij geconfronteerd worden met onze zonden, daarmee onze ellende zien, deze belijden en hiermee onze toevlucht nemen tot Hem. Pas dan ontvangen wij Zijn genade!

Natuurlijk ken ook ik 1 Korinthiërs 13 maar deze liefde staat in de onderlinge relatie tussen mensen en niet met zonden die wij tegenover elkaar of Hem doen. Daarnaast roept HIJ ons op tot aanhoudend bidden. Zelfs bij iedere gelegenheid in de geest. Wat dat betreft kunnen wij een voorbeeld nemen aan onze Joods orthodoxe broeders. Hun dagelijks leven staat in het teken van gebed. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is dat het “geheim” waarom Israel na al die duizenden jaren van vervolging nog springlevend is!