Eikev – עקבן – Wanneer (je volgt)

In deze Parasha komen de volgende onderwerpen aan de orde: Dien de Eeuwige en doe afgoderij weg (hfdst 7); G’ds weldaden vragen dankbaarheid (hfdst 8) Waarschuwing tegen eigengerechtigheid (hfdst 9); Vermaning tot dankbare gehoorzaamheid (hfdst 10); De zegen der gehoorzaamheid en de vloek der ongehoorzaamheid (hfdst 11). Centraal thema in deze hoofdstukken is: ‘Gij zult de Here, uw God, liefhebben en alle dagen zijn dienst, zijn inzettingen, zijn verordeningen en zijn geboden in acht nemen.’ Devarim 11:1!

Met deze woorden in het achterhoofd sla ik graag een paar boeken verder de bijbel weer open en kom aan in psalm 119. ‘Welzalig zij, die onberispelijk van wandel zijn, die in de wet des Heren gaan. Welzalig zij, die zijn getuigenissen bewaren, die Hem van ganser harte zoeken; die ook geen onrecht plegen, (maar) wandelen in zijn wegen. Gij hebt uw bevelen geboden, opdat men die ijverig onderhoude. Och, dat mijn wegen vast waren om uw inzettingen te onderhouden. Dan zou ik niet beschaamd staan, als ik op al uw geboden zie. Ik zal U loven in oprechtheid des harten, wanneer ik uw rechtvaardige verordeningen leer. Uw inzettingen zal ik onderhouden; verlaat mij niet geheel en al.’

Is het moeilijk Zijn geboden/wetten te houden? Johannes zegt dat Zijn geboden/wetten niet zwaar zijn. Maar over welke geboden/wetten hebben wij het dan eigenlijk? Onze eigen interpretatie van de wetten kan het niet zijn. Wat G’ds geest ons in geeft is erg zweverig en onzeker. De Eeuwige is er wel heel duidelijk over welke wetten dat zijn namelijk de gehele wet (Torah) en de profeten.

En wat zegt Hij in psalm 19?
‘De wet des Heren is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis des Heren is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige. De bevelen des Heren zijn waarachtig, zij verheugen het hart; het gebod des Heren is louter, het verlicht de ogen. De vreze des Heren is rein, voor immer bestendig; de verordeningen des Heren zijn waarheid, altegader rechtvaardig. Kostelijker zijn zij dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig, ja, dan honigzeem uit de raat. Ook laat uw knecht zich daardoor ernstig vermanen; in het houden ervan ligt rijke beloning.’

‭‭Met andere woorden: als je G’d liefhebt dan volg je de wet zoals deze is beschreven in de Torah en de profeten. Daarin ligt een rijke zegen.

Eikev – עקבן – Wanneer (je volgt)

Ik begin met een citaat van rabbijn Shlomo Abramson:
“In onze parasha Eikev spoort Mozes zijn volk aan om nimmer te vergeten dat het G-d was Die hen uit Egypte haalde en Die hen door de woestijn voerde naar het Beloofde Land. Hij beschrijft de woestijn als „die grote, ontzagwekkende woestijn.” De woestijn waar wij doortrokken voordat wij het Beloofde Land bereikten, symboliseert de toestand van de hedendaagse ballingschap. En het probleem met deze woestijn is dat wij er zeer van onder de indruk zijn. In onze ogen is hij „groot.” De grote, wijde wereld daarbuiten is fantastisch, indrukwekkend, machtig en veel te overweldigend voor de Jood.

We vergeten dat de werkelijke galoet (ballingschap) mentaal niet beperkt is tot diegenen die in een negentiende eeuwse getto leven. De werkelijke ballingschap is de ballingschap binnenin, de ballingschap in onze hoofden en harten. De ballingschap die de niet-Joodse wereld zo geweldig vindt. Wanneer wij zo veel waarde hechten aan de buitenwereld, dan leven we nog steeds in een toestand van ballingschap en met een galoet-mentaliteit, ongeacht waar we ons geografisch bevinden.
 
Wanneer we eenmaal begonnen zijn waarde te hechten aan deze woestijn, erodeert ons gevoel van eigenwaarde verder en verder en dan beginnen we deze woestijn niet alleen ‘groot’ maar ook ‘ontzagwekkend’ te vinden en zelfs angstaanjagend.

Ten einde ons land en ons volk te verlossen, moeten we eerst verlost worden van onze eigen ziel en eigen zelfrespect. Dat we maar nooit mogen vergeten waar onze ware kracht ligt. Wanneer we ons herinneren Wie ons uit Egypte voerde en ons door de woestijn leidde en Wie werkelijk de Grote der Groten is, dan zullen we in staat zijn om werkelijk rechtop te lopen en voor altijd trots te staan. Met deze houding krijgt Hij de ballingschap uit ons en met Zijn hulp, krijgen wij onszelf spoedig uit die ballingschap!”

Treffend omschrijft deze rabbijn het geestelijk leven van een Jood in deze wereld. Eén op één toepasbaar op ons leven in deze maatschappij. De rabbijn vervolgt met de gedachte dat wij door Zijn kracht (lees: Yeshua) verlost worden van de ballingschap en hierdoor de wetten, verordeningen en inzettingen van G’d in staat zijn te volgen en zoveel mogelijk te houden.
 
Mijn constatering hieruit is dat wij wel heel dicht bij elkaar leven, denken en doen als de gelovige Jood dit doet. Wij zijn echte broers. Ziet u dat?
 
Deze week is ook de tweede van de ‘Sjiva d’Nechemta’ – de zeven weken van troost – die vorige week gestart zijn met Shabbat Nachamoe (troost) en doorgaan tot de Shabbat voor Rosh Hashanah of wel Jom HaTeruah.