Chukat – חקת – Verordening

Er zijn 2 elementen in deze parasha, die deze parasha erg bijzonder maken. Het ritueel van de rode koe en het slaan op de rots door Mosjee, waardoor hij het beloofde land niet binnen kon gaan. Het bijzondere is dat er zo veel verklaringen voor zijn en dat hier juist veel over nagedacht is en men er nog niet over uitgedacht is. In deze 2 elementen zit zoveel verborgen, dat het juist alleen al daarom is, dat ik vermoed dat dit alles met de Messias te maken heeft.

Beide elementen hebben ook met water te maken. Water vermengd met de as van de rode koe en water dat uit de rots komt. Water is ook een verwijzing naar Yeshua, de Messias. Het water als een bron van Eeuwig leven. As vermengd met water, doet me ook denken aan het vloekbrengende water. Ik heb dit eerder in parasha Naso in verband gebracht met het bittere water van Mara. Dit was de eerste keer dat het volk om water vroeg, nadat ze door de Rietzee waren gegaan.

Water is op meerdere manieren een redding geweest voor Mosjee. Vanaf zijn allereerste begin, 3 maanden oud, werd hij te water gelaten en hij werd eruit getrokken, wat tegelijkertijd de betekenis is van de naam Mosjee. Zijn zus Mirjam is daar ook bij aanwezig en die zorgt ervoor dat het gezin bij elkaar blijft voor de tijd die ze met elkaar hebben.

De redding van de Egyptenaren; de weg vrijgemaakt door de Rietzee. Ook hierbij was Mirjam aanwezig. Na de overwinning nam zij het initiatief om te dansen en te zingen; alle vrouwen volgden haar, als dank aan de Eeuwige.

In Exodus 17 is er weer vraag naar water. Bijzonder is dat deze bron naar Mirjam vernoemd is. Ook Mirjam had dus iets met water. Zij was zelf ook een bron. De naam van Mirjam betekent bitterheid. Volgens Rabbi Shlomo Itzchaki (Rashi), werd Mirjam ten tijde van de wrede slavernij geboren en werd ze zo genoemd, omdat de Egyptenaren het leven van het volk bitter maakte. Alleen door haar naam al zouden de Israëlieten zich de bitterheid van het leven in Egypte moeten herinneren.

Elke dag denkt het Joodse volk aan Egypte, aan de bitterheid en de bevrijding door de Eeuwige. Elke dag. Zelf denk ik liever niet aan de bittere periode uit mijn leven. Vergeten wat achter me ligt en uitstrekken naar wat voor me ligt, toch? De bitterheid van Egypte moet elke dag levend zijn, zodat we niet terug verlangen naar het oude leven en het water wat ons maar elke keer weer dorst geeft. Door het herinneren van de bitterheid van Egypte, herinneren we onze bevrijding door de Eeuwige en verlangen we naar het zuivere water. De bron, die eeuwig leven geeft.

Chukat – חקת – Verordening

Onderdompeling is een eeuwigdurend gebod (wet) voor Israel en de gelovigen uit de heidenen, aldus Numeri 19: 10, het gedeelte uit de Parasha. Waar komt dat onderdompelen (dopen) nu vandaag en waarvoor dient het? Zolang als het volk Israel bestaat (zo’n 3500 jaar) wordt er ondergedompeld. Sterker nog de naam Mozes/Mosjee betekent: uit de dompeling/water getrokken Ex 2:10. En wat te denken van de doortocht door de Schelfzee.

Hoofdstuk 19 van Numeri gaat over reinigingswater. Niet water wat nodig is voor het schoonwassen van je lichaam omdat het vuil is van het leven zoals stof, zweet o.i.d. maar reinigingswater wat nodig is om je religieuze leven schoon te maken. Te ontzondigen zoals het staat in 19:20.

En zo zien we ook in het boek Leviticus dat niet alleen priesters maar ook anderen zich dienden onder te dompelen om opnieuw te beginnen. Flavius Josephus schrijft in zijn boek “Historie der Joodse Naatsie, hoofdstuk 7, “Verscheidene ordens der proselieten”: dat men door onderdompeling gaat van het oude naar het nieuwe leven. Ook de procelitische doop genoemd.

Het was dan ook niet voor niets dat Israel na de zwerftocht door de woestijn de oversteek naar het beloofde land moest maken door de rivier de Jordaan over te steken. Een belangrijk feit dat onderdompeling een overgang is van oud naar nieuw en van tijdelijk naar eeuwig! Maar ook het koperen wasvat is weer een aanwijzing van de vroege onderdompeling door het volk Israel lees Exodus 30:17 ev. De priesters moesten ritueel schoon zijn (tahor) om in de tempel te mogen dienen en Israëlieten die niet ritueel schoon waren (tamay) moesten die situatie herstellen en voortdurend hun gehele lichaam wassen in vers, ritueel schoon (tahor) water volgens Leviticus 15.

Later toen de tempel gebouwd was moest iedereen ondergedompeld worden in een ritueel bad om zo gereinigd te worden voor ze de tempel mochten binnentreden. Er zijn vele antieke rituele baden te zien in Jeruzalem waar je twee soorten treden kunt zien – aan de ene kant waar je onrein het bad in gaat (tamay) en aan de andere kant de treden waar de pelgrim zuiver en ritueel schoon tevoorschijn komt (tahor).

Archeologen denken ook dat de baden van Siloam en Bethsaida gebruikt werden voor ritueel baden in de tijd van de Tweede Tempel voor de hoge feestdagen. Dus onderdompeling in een mikveh was heel gangbaar is de tijd van Yeshua maar ook in het Evangeliën en de brieven wordt er over gesproken, niet alleen in rivieren maar overal waar water beschikbaar was. In Handelingen 8 lezen we over een pelgrim uit Ethiopië die tot geloof kwam in Yeshua toen hij Jesaja las onderweg naar huis. Het Hebreeuwse woord voor een ritueel bad (mikveh) kan ons helpen om een beter idee te geven van de Joodse onderdompeling. Vaak laat de Hebreeuwse taal iets los over de gedachte achter de woorden. Het woord mikveh heeft dezelfde wortel als het woord voor hoop (tikvah), voor de weg wijzen (kav), en het begrip hopen of wachten op God (kiviti l’Adonai).

Johannes de Doper (onjuiste naam overigens) doopte in de Jordaan waar levend water was en voldoende water om ondergedompeld te worden.  Johannes doopte helemaal geen heidenen maar alleen maar Joden.  Als Johannes zelf deze doop bedacht zou hebben, hadden de Joden hem nooit aanvaard. Alles wat in het geestelijk leven van de Israëlieten geschiedde, moest altijd teruggevoerd kunnen worden op de Torah, die JHWH door Mozes aan het volk gegeven had. Dit is nu precies de reden waarom Yeshua zich liet dopen. Uit gehoorzaamheid aan de wet van Zijn Vader. 

In het Jodendom wordt het mikwe wel vergeleken met de baarmoeder. Men zegt dan: “Hij is in het mikwe als het ware teruggekeerd in de baarmoeder en er weer uit voort gekomen. Hij is opnieuw in de moederschoot ingedaald en er weer uitgekomen. Nu is hij wedergeboren. Hij is een nieuwe mens. Hij is geen heiden meer. Hij is nu volkomen een Israëliet.” We kennen dit o.a. van Nicodemus in Johannes 3.

De Gemeente (Hebreeuws: Kahal; wat velen nu de kerk noemen) heeft zijn geestelijke wortels niet liggen in Athene of in Rome. En de oorsprong van de gemeente ligt ook niet in Handelingen zoals de meeste christenen denken! De Gemeente is ontstaan bij de berg Sinai waar het verbond werd gesloten in het Oude Testament. Wij lezen niet voor niets dat de Yeshua en de apostelen (ook na de uitstorting van de Heilige Geest) steeds in de synagoge en de tempel te vinden waren en het OT citeerden! (bv Hand 13:14,15 en 15:21).
De doop is dan ook niet “uit het niets” ontstaan. Johannes de Doper bracht geen nieuwe inzetting in Israël, toen hij de mensen doopte in de Jordaan.

De eerste “doopdienst” die wij in de Bijbel tegenkomen, is de massale “wassing”, onderdompeling die alle Israëlieten moesten verrichten bij de Sinaï, alvorens God Zijn verbond met hen zou sluiten. Deze mensen werden toen niet door iemand anders gedoopt. Zij deden het allemaal zelf. Ook Johannes doopte niet maar hij hield toezicht (Lifanav) dat men volledig en voorover onderging. Dit is de reden waarom we in Beith Tikvah op de Joods Messiaanse wijze onder het opzeggen van een tekst uit onze eigen Sidoer de onderdompeling doen en we maken dit tot een glorieus feest ter ere van Hem die ons doet wedergeboren worden!!