Chayei Sarah – חיי שרה – Het leven van Sarah

De naam Sarah is afgeleid van het Hebreeuwse woord “Sjar”, wat vorst betekent. Hier komt ook het Russische woord tsaar vandaan en kijken we verder dan vinden we ook het verwante Latijnse woord caesar en het Griekse woord kaisar. Zo heeft de Hebreeuwse taal veel invloed gehad ook op andere talen.
 
Sarah was ook een vorstin. Vrouw van de heerser Abraham. Beiden hadden een grote rijkdom aan goederen en mensen. Sarah leefde als een vorstin en had haar eigen tent. Daar ontmoette zij haar eigen gasten. Sarah werd op hoge leeftijd nog geprezen door haar schoonheid. Zelfs toen ze al meer dan 80 jaar oud was werd ze door de veel jongere Koning Abimelek begeerd. Door G’ds ingrijpen leidde dit niet tot onverkwikkelijke gevolgen. Sarah haar schoonheid had al eens eerder tot een bijzondere situatie geleid in Egypte met de Farao.

Is deze schoonheid te verklaren? Om een gedachte hierover te creëren ben ik op zoek gegaan in de Midrashim van Berisit 23/Genesis 23. Rabbijnse geleerden schrijven hierover dat we hiervoor naar het einde van Sarah’s leven moeten kijken. In de Hebreeuwse grondtekst van de Torah staat dat Sarah honderd en twintig en zeven jaar werd en niet dat zij honderdzevenentwintig jaar werd. Dat betekent volgens hen dat uit deze cijfermatigheid de volgende woorden kunnen worden gelezen: op de leeftijd van 20 was zij als op de leeftijd van 7 in schoonheid, en op de leeftijd van 100, was zij als op de leeftijd van 20. 

Het getal 127 komt nog vaker voor in de Tenach. En dat brengt mij tot de volgende bijzondere zoektocht door G’ds Woord. Koningin Esther (Hadassa) heerste over 127 gewesten. Zowel Sarah als Esther werden 127 jaar oud. Sarah wordt wel de eerste profetes genoemd en Esther de laatste. Beiden hebben veel met schoonheid te maken. 

Abrahams en Sarah’s  geloof werd zwaar op de proef gesteld toen God Abraham opdroeg Izaak te offeren. Abraham én Izaak stemden toe — en Sarah? Over haar lezen we niets en over haar verdere leven zwijgt de Bijbel. Ze heeft Izaak zien opgroeien tot man. Hij was 37 toen zijn moeder stierf op 127-jarige leeftijd. Ze waren toen in Hebron. Abraham beweende haar en hield een rouwklacht over haar. Daarna zette hij haar bij in de spelonk van Machpela, die hij voor veel geld van de Hethieten gekocht had. Die spelonk zou het familiegraf worden, waar ook Abraham, Izaak, Jakob met hun vrouwen (behalve Rachel) bijgezet zijn.

Sarah was 64 toen ze uit Haran vertrok, maar ze was toen al getrouwd. Ze moet dus langer dan 63 jaar met Abraham getrouwd geweest zijn. Abraham overleefde zijn vrouw 39 jaar. Sarah wordt in 1 Petrus 3:6 geprezen om haar echtelijke trouw en gehoorzaamheid aan haar man!