Bemidbar – במדבר – In de woestijn

“En de Here sprak tot Mosje……”

Op zeer veel plaatsen in deze parasha en op vele plekken verder in dit boek Bemidbar/Numeri (in de woestijn) maar ook in de gehele Torah lezen we veelvuldig: “En de Here sprak tot Mosje….”

In Shemot/Exodus 33:11 staat: “En de Here sprak tot Mosje van aangezicht tot aangezicht, zoals iemand spreekt met zijn vriend”.

Dit doet mij denken aan het gerijmde psalm 97 waarin wordt gezongen:
G’ds vriend’lijk aangezicht
geeft vrolijkheid en licht
voor all’ oprechte harten
ten troost verspreid in smarten.

“G’ds vriend’lijk aangezicht”, kun je daarvan wel spreken?

Zo vriendelijk komt G’d dikwijls niet bij ons over, getuige alle ellende in de wereld en ook bij ons zelf. Waar blijft G’ds vriend’lijk aangezicht? Toch is het goed te weten en te bedenken, dat G’d een aangezicht heeft. G’d heeft een aangezicht! De Bijbel spreekt zo heel menselijk over G’d. Met “aangezicht” wordt G’d Zelf bedoeld, zoals Hij Zich naar de mensen toekeert. Zijn karakter. Zijn wezen: de Ik ben die Ik zijn zal. De G’d, Die met ons meegaat en ons aankijkt en ons vriendelijk (soms ook streng) “toespreekt”.

“Indien Uw aangezicht niet meegaan zal, doe ons van hier niet optrekken!” (Ex.33:15). Het is heel fijn voor ons om te horen van G’ds aangezicht. Van de rijke jongeling in Marcus 10 staat geschreven, dat Yeshua hem aanzag en hem lief kreeg. Daar is oogcontact tussen die twee, en zo ontstaat er een relatie: jij en ik, wij horen bij elkaar, wij samen… Zo ziet G’d ons ook aan. Hij kijkt niet langs ons heen, zoals mensen vaak doen. Oogcontact is essentieel in relaties en niet in relaties alleen maar heel het menselijk sociaal en maatschappelijk verkeer. In ogen valt veel af te lezen. In Zijn aangezicht kunnen we lezen, hoe lief Hij ons heeft, maar ook: wat Hij van ons verwacht en wat Hij in ons leven afkeurt. Met Zijn aangezicht is Hij heel dicht nabij. We zouden Hem bijna kunnen aanraken en we zouden dat misschien ook best graag willen. Slechts van drie personen in de Bijbel wordt gezegd, dat zij G’d hebben aanschouwd “van aangezicht tot aangezicht”: Mosje, Eliahu en Yeshua.

Mosje is heel in ’t bijzonder dicht bij G’d geweest. G’d sprak met hem zoals men spreekt met een vriend. Toch mocht ook hij G’ds aangezicht niet zien, “want geen mens zal Mij zien en leven”(vs.20). Pas veel later zouden mensen G’ds aangezicht leren kennen, van heel dicht nabij. “Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Van nu aan kent gij Hem en hebt gij Hem gezien”(Joh.14). Yeshua Zelf is “G’ds vriend’lijk aangezicht”.

Kijken wij elkaar in de ogen als door de ogen van G’d ? Zoeken wij dagelijks G’ds vriendelijk aangezicht?

Bemidbar – במדבר – In de woestijn

Het bijbelboek Bemidbar in de gelijknamige eerste parasha begint met het gebod aan Mosjé een volkstelling uit te voeren van de weerbare mannen boven de twintig. In vers 5 beginnen we bij de stammen Ruben en Simeon en als vanzelf komt het rijtje zonen van Israel bij je boven zoals je dat vroeger op school nog leerde, Ruben, Simeon Levi, Juda, Dan…., de volgorde is iets anders en wacht eens even, waar is Levi?
De Levieten zijn uitgezonderd van legerdienst: de Levieten zijn voortaan belast met onderhoud en vervoer van de tabernakel en de verrichting van de eredienst. De overige stammen worden rondom de Levieten gezet. Bijzonder is dat Efraim en Manasse beide als stam gerekend worden terwijl het beide zonen van Jozef zijn, Jozef is zo 2x vertegenwoordigd en wordt de plaats van Levi weer ingevuld tot 12 stammen. De stammen worden verdeeld rondom te tabernakel en de Levieten:

En ja, ik heb alle nummers uit hoofdstuk 1 bij elkaar opgeteld en kom inderdaad uit op 603550 weerbare mannen, je kunt dus wel inschatten dat inclusief kinderen en vrouwen we het hier over zo’n 2 tot 3 miljoen mensen hebben. Bij de eerste telling in Ex. 38:25-26 hetzelfde getal.

De telling van de mannelijke Levieten is iets anders, er wordt geteld vanaf babies van één maand (levensvatbaar). Dit is omdat de Levieten de lossers zijn voor de eerstgeborenen. Daarna worden alle mannelijke eerstgeborenen van de overige Israëlieten geteld en de aantallen worden vergeleken, er blijken 22.000 (3:39) Levieten te zijn tegen 22.273 (3:43) overige eerstgeboren Israëlieten. Voor de overschietende 273 moet er 5 shekel per hoofd als een losprijs worden betaald aan Aaron en zijn zonen. Totaal dus 1365 sjekel.

Nu we toch aan het rekenen waren;

Gek genoeg als ik in vers 3:22 de 7500, vers 28 de 8600 en in vers 34 de 6200 bij elkaar optel kom ik op 22.300 net iets boven de 22.273 uit anders dan de in vers 39 genoemde optelling. Fout in de vertaling mogelijk? waar dan in vers 22 7.200 in plaats van 7.500 gelezen moet worden aangezien ר(reesj, 200) gemakkelijk verward kan worden met ך (kaf sofiet, 500). Nee ik geloof niet dat er fouten staan in de bijbel.  

Deze 300 Levieten waren zelf eerstgeborenen en zij moesten voor zichzelf ‘lossen’.

Ja, numeri is een boek van nummers.

Bemidbar – במדבר – In de woestijn

Deze parasha valt tegelijk met het feest Shavuot. De oogst van de eerstelingen. Later “Matan Torah” (geven van de Torah) genoemd. Dus geef ik u kort twee dingen mee:

Ten eerste. Het wekenfeest (einde Omertelling) of wel Shavuot ziet voor het belangrijkste deel terug op het ontvangen van de Torah/Mitswot op de berg Sinai. Volgens latere Joodse verklaringen is het proces van het ontvangen van de Torah toen echter pas begonnen en is dat een continu doorlopend proces totdat de Messias zal verschijnen en opnieuw plaatsneemt in de Tempel. Tijdens Shavuot is de sjoel/synagoge met bloemen versierd en dan vooral de heilige ark waar de Torah rollen in opgeborgen zijn en de bima, de verhoging waarop de lessenaar staat waar de Torah gelezen wordt.
 
Vanwege het centraal stellen van de Torah bestudeert men tijdens dit feest de Torah plus allerlei commentaren daarop. Het is gebruikelijk om op de eerste nacht van Shavuot de gehele nacht wakker te blijven en in de synagoge of  beet midrasj te leren tot de ochtend en dan vroeg sjachariet te gaan bidden. Daarnaast is het gebruikelijk om melkproducten te nuttigen zoals kaas.

In Israel duurt Shavuot 1 dag daarbuiten 2 dagen zodat we in Nederland drie sjabatten achter elkaar hebben dit weekend.

Het Pinksterfeest heeft zijn oorsprong in Shavoet. Echo’s van dit bijbelse feest klinken op allerlei manieren door in de beschrijving van de nederdaling van de Heilige Geest in het boek Handelingen. Het talenwonder, beschreven in het boek Handelingen, kent ook Joodse referenties, gelet bijvoorbeeld op een uitspraak van de gezaghebbende rabbijn Jochanan ben Zakkai(30-90)Talmoed 6eBeracha, die zei dat tijdens de openbaring op de Sinai de stem van God zich had verdeeld in de zeventig talen van de mensheid, om zich zo tot alle volkeren te kunnen richten. Is dit niet wonderlijk. 
 
In de tweede plaats Bemidbar, de gebeurtenissen in de woestijn. Deze laten een eeuwig invloed om ons leven met en door de Messias achter. Hier wordt een telling gehouden en de stam Levi (uit te spreken als Lef i) komt er als kleinste van de stammen uit. De rabbijn Nachmanides (Rambam) heeft hier de volgende verklaring:  Tijdens de tweehonderdtien jaar in Egypte groeide de familie van Jacob op wonderbaarlijke wijze en zelfs tegen de verdrukking in: meer dan zeshonderd duizend mannen. Alle stammen, behalve de stam van Levi, waren in Egypte slaven. De wonderbaarlijke vermeerdering van het Joodse volk was aan de verdrukking te danken. De stam van Levi groeide daarentegen op natuurlijke wijze en kwam op een totaal van slechts tweeëntwintig duizend uit.

Ook wordt in deze parasha gesproken over hoe het volk van Israël zich legerde en reisde in de woestijn. Wanneer de Joden moesten optrekken, dan zouden de Levieten de Mishkan (Tabernakel) uit elkaar halen, het dragen naar de volgende legerplaats, en het weer opzetten. Oorspronkelijk werd van de eerstgeborenen van elke familie en uit iedere stam verondersteld deze dienst te doen maar toen ze zondigden met het gouden kalf, verloren ze dit voorrecht en in plaats daarvan werd het aan de Levieten gegeven.

Tot slot zien we hier bij de opstelling van de Mishkan (Tabernakel) dat de hoofdingang aan de oostkant was gelegen en daar was dan weer de zetel van Mozes en Aaron en de Kohens. Dit zien we weer terug in de later tempel te Jeruzalem. Over het belang (Messiaans) van de ingang aan de oostkant heb ik u al eens geschreven.