Beha’alotekha – בהעלתך – Wanneer Gij opstelt

Opvallende gebeurtenissen in deze parasha:

Aäron wordt bevolen om licht te laten branden in de lampen van de menora , en de stam Levi wordt ingewijd in de dienst in het heiligdom. Is hieruit het feest Hannunkah ontstaan?

G-d instrueert Mosje over de procedures voor Israëls reizen en kampementen in de woestijn, en het volk reist in formatie van de berg Sinaï, waar ze bijna een jaar hadden gekampeerd. De tabernakel (G’ds woonplek onder het volk) als belangrijkste voorwerp.

De Israëlieten zijn ontevreden over hun ‘brood uit de hemel’ (het manna ) en eisen dat Mosje hen van vlees voorziet. Meer dan zij ooit aankunnen. Mosje stelt 70 ouderlingen aan (het Sanhedrin ontstaat hier), aan wie hij zijn geest meedeelt, om hem te helpen bij de last van het regeren van het volk. Miriam spreekt negatief over Mosje en wordt gestraft met melaatsheid; Mosje bidt voor haar genezing en de hele gemeenschap wacht zeven dagen op haar herstel. Kijk wat hoogmoed en roddel met je kan doen. Het kan niet ongestraft blijven.

De parasha begint met het aansteken van de lampen, nog voordat er iets anders gedaan wordt en dat is dan toch ook weer diepzinnig. God begint in Genesis ook te scheppen nadat Hij het licht aandoet en dat licht, dat is Hij Zelf! ‘Er geschiede licht, jehi ohr’ (יהיאור) roept Hij uit en het woord geschiede is een vervoeging van Zijn eigen Naam יהוה: ‘Er Gode licht!’

En in dat Licht schept Hij verder, met het licht van de zon, maan en sterren pas op de vierde scheppingsdag, wonderlijk toch! God Zelf is het Licht der wereld. Eerst moet er licht zijn en in dat licht gaat God de Levieten aan Zichzelf toe-eigenen, in plaats van alle eerstgeborenen, zoals we in een vorige parasha al aangekondigd zagen.

Het Licht van G’d komen we door de hele bijbel tegen. In Zacharia bijvoorbeeld waar we de Menora weer terugvinden beschreven met de bomen. Yeshua het Licht der wereld in Johannes.

Licht staat voor “alles in aanschijn zetten”. In Zijn aanschijn! De schepping. Prijst Zijn Naam. Maar ook de zonde opdat het gezien, beleden en nagelaten zal worden.

Beha’alotekha – בהעלתך – Wanneer Gij opstelt

De parasha begint met de lampen van de Menorah. De lampen die licht geven: Het licht van de Eeuwige. We lezen dat de Menorah uit één stuk gedreven is. Het is een eenheid. Net zoals de Torah een eenheid vormt. De eerste vijf boeken. Hoewel ieder een apart boek, toch horen ze bij elkaar en zijn ze één. Ze vertegenwoordigen het Woord dat licht verspreid. 

In psalm 119:130 staat dat het openen van het woord licht verspreid en inzicht geeft aan de onverstandigen. 

De Menorah bestaat uit 7 armen, 11 knoppen, 9 bloemen en 22 bakjes. 
Dit vinden we ook terug bij het openen van het woord van de eerste 5 boeken: de Torah. 

De eerste zin van Beresjiet (Genesis) bestaat uit 7 woorden,
net als de 7 armen van de Menorah. 
De eerste zin van Sjemot (Exodus) bestaat uit 11 woorden,
net als de 11 knoppen van de Menorah. 
De eerste zin van Wajikra (Leviticus) bestaat uit 9 woorden,
net als de 9 bloemen van de Menorah. 
De eerste zin van Bemidbar (Numeri) bestaat uit 17 woorden,
net als de hoogte van de Menorah.
Volgens de Talmud was de hoogte van de kandelaar 17 tefachim. Dat is een oude lengtemaat, zo groot als een handpalm. 
De eerste zin van Devariem ( Deuteronomium) bestaat uit 22 woorden,
net als de 22 bakjes van de Menorah.

De Torah vertegenwoordigt het Licht en dus ook de Menorah. Als je kijkt naar de eerste letter van elk van deze boeken samen, dan hebben ze een numerieke waarde van 21. Deze waarde komt overeen met de waarde van ‘Ik ben, die Ik ben’ (Exodus 3:14) אֶהְיֶה Het Licht van de Eeuwige is de Torah. 

In Numeri 11 begint het volk te klagen. Ze willen het manna niet meer. Manna staat voor het Woord, zoals in Johannes 6: Yeshua is het woord dat uit de hemel is neergedaald. Ze willen als het ware het Woord niet meer. Ze moesten elke dag op zoek gaan naar het manna; Zijn Woord voor ons. Ze wilden terug en verlangde naar ander voedsel wat hen op een andere manier zou verzadigen. Kortdurend. In Johannes 6:27 zegt Yeshua ook: Werk niet om het voedsel dat vergaat, maar om voedsel dat blijft tot in het Eeuwig leven. Laten ook wij elke dag weer op zoek gaan naar het manna, het Woord, Yeshua, het Licht door Zijn Torah. Dat door het doen van Zijn Torah Zijn licht gaat schijnen door ons heen, om zo de Eeuwige, onze Schepper te eren.(Mattheüs 5:16)

Beha’alotekha – בהעלתך – Wanneer Gij opstelt

“Neem de Levieten vanuit het midden van de Bnee Jisraeel” (8:6)

Oorspronkelijk waren de bechoriem (de eerstgeborenen) bestemd voor de Tempeldienst  zodat iedere familie een vertegenwoordiger in het Heiligdom zou hebben. Maar na het debacle van het gouden kalf  bleek dat de meeste eerstgeborenen niet geschikt waren voor de Tempeldienst. De enige stam, die niet betrokken was bij de dienst van het gouden kalf, waren de Levieten. De Levieten werden nu uitgekozen als de nieuwe dienaren bij de Tabernakel in de woestijn. De Levieten moesten zich o.a. totaal kaalscheren over het hele lichaam zoals een metsora (melaatse) bij zijn reiniging en herintreding in het Joodse volk ook al zijn haar moest afscheren.

Haar is een symbool voor onze minder fraaie kanten. Haar groeit uit het hoofd en trekt zijn levenskracht uit de nesjomme (ziel) van de mens, die in de hersenen zetelt. Wat betekent dit? Er blijft viezigheid en vuil hangen in een schapenvacht of in een wollen mantel. Aan een gladde jas blijft maar weinig hangen. Melaatsheid was een spirituele ziekte van iemand, die alleen maar kwaad over anderen kon spreken. Aan zijn nesjomme kleefde spirituele vunzigheid. Als een melaatse wilde genezen, moest al het haar er af om daar mee aan te geven, dat hij/zij zijn/haar totale persoonlijkheid moest veranderen om weer een beetje acceptabel te worden. Alleen maar stoppen met kwaad spreken was geen oplossing van het probleem. Een dag niets kwaads zeggen was slechts symptoombestrijding. De volgende dag zou de kwade genius weer dubbel zoveel vuiligheid kunnen spuwen.

Leviticus 19:16 verbiedt expliciet Lasjon Hara en Rechiloet (roddel die haat en gevoelens van wrok oproept). Ook het zesde gebod is hierin duidelijk. De uitleg in de Chofets Chajiem (Joods leerboek) liegt er niet om. Slecht denken en spreken over/van iemand wordt vergeleken met ontheiliging van G’ds naam! Je denkt/praat over G’d zelf. De Talmoed in traktaat Arechien 15b zegt dat iemand die Lasjon Hara spreekt, zonden begaat die erger zijn dan afgoderij, overspel en moord. Een Ba’al Lasjon Hara verliest zelfs zijn aandeel in de Komende Wereld, tenzij hij/zij teshuvah doet. Het is verbazingwekkend dat het spreken van Lasjon Hara wordt vergeleken met moord, maar we kunnen wel begrijpen waarom dat is: net zoals overtreding van de Tien Geboden de fysieke aspecten van deze wereld schaden en vernietigen, zo tast Lasjon Hara de emotionele en sociale wereld aan. De slechte naam die een slachtoffer kan krijgen ten gevolge van Lasjon Hara kan hem geestelijk verwoesten. (Jeroesjalmi Pea 1:1). Het schaadt niet alleen relaties het breekt het.

Er kan niet genoeg op gewezen worden dat ook ware geringschattende taal over iemand Lasjon Hara is. Zelfs non-verbale gezichtsuitdrukkingen spreken boekdelen en vallen hieronder. De meest gehoorde verdediging van een vermaning over het spreken van Lasjon Hara is: „Maar het is waar!” Dat is precies wat het kenmerkt als Lasjon Hara. “Ik moet het je zeggen in je eigen voordeel.”Ïk moet het toch kwijt bij wie anders.” Etc.

Ga voorzichtig om met je gedachten voordat je ze uitspreekt!