Balak – בלק – Balak

Deze parasha gaat over een Moabiet (voorvader van Ruth en dus ook van David) die duisternis tracht te brengen onder het volk van Israel. Strijden tegen Israel (en dus tegen de G’d van Israel) heeft geen enkele zin. Daar zijn vele vorsten van toen en ook anno 2020 toch intussen wel achter gekomen. Of niet misschien. Wanneer men een beetje de geschiedenis kent (en / of de Torah) dan weet je dat strijd tegen de Eeuwige (van Zijn volk) geen enkel zin heeft. Toen, de Moabieten en de Amalekieten, hebben telkens in de strijdt met Israel het onderspit moeten delven. Ook nu zien we niet dat de Arabische volken maar van marginale betekenis zijn in de strijdt tegen Israël.

Bileam, de gezand van Balak, wist hoe Balak Israël kon verzwakken. Niet door strijdt maar door verleiding. List en bedrog.

Deze parasha zou ook heden ten dage nog geen goed strategisch voorbeeld zijn voor Israëls wezen. En die heeft Israel anno 2020 voldoende helaas.

Vele malen hebben voor Balak (Moabieten) getracht Israel te weerspiegelen en te overwinnen. Doch “helaas” werden zij allen vreselijk de pan in gehakt. Vechten tegen Israel is vechten tegen de Eeuwige van Israel. Maar tweedracht zaaien tussen de G’d van Israel en Zijn volk. Verdeel en heers tactiek. Tot zonden brengen. Ongehoorzaamheid. Misleiding. De aloude tactiek van de boze.

En dit heeft succes. Israel laat zich verleiden. Waarom? Op deze manier zou Israel niet meer specifieke (HELEMAAL anders dan alle anderen) zijn. Gij geheel anders!

Israël slaagt op dat moment niet in haar opdracht om getuigen te zijn van de Ene en Enige ware Elohim (God)!

Dus we zien dat dit een zeer goed doordacht voornemen is over het plan van Adonai helemaal in de oorlog om te sturen, het plan dat Hij had gemaakt met Abram in Genesis 12: 1-3, waarin Israel een zegen zou zijn voor de volken! Dit wordt de zonde van assimilatie (net zo worden als de rest) genoemd, en daarin verloor het volk van Adonai haar identiteit! Elke keer als iemand de geboden (Mitswot) en aanbidding van JHWH, de ene en enige ware Elohim vermengd met de wegen van de heidenen, is dat hetzelfde als het vermengen van goed met kwaad. Een ernstige zonde. We zien dit terug in de heden daagse religies.

Wanneer we Zijn geboden doen en in Zijn Zoon geloven dan zal de hele mensheid het bestaan ​​van de Enige Schepper erkennen. Waarmee de heerschappij van ‘Het Slechte’ ten einde zal komen. Zover is het nog niet. Nog steeds zijn er die krampachtige pogingen doen om te overtuigen en te bewijzen dat de G’d van Israel niet bestaat. Rabbijn Vorst noemt het: ‘Harachaman Hoe janchieleenoe jom sjèkoelo sjabbat oemenoecha lechajee ha’olamiem’: ‘Mogen wij meemaken dat de hele wereldbevestiging spoedig G’d als Schepper zal erkennen’. Dat zal het tijdperk zijn van een voortdurende strijd in onszelf en tegen Israël. De G’d van Israel. Strijdt de goede strijdt!

Balak – בלק – Balak

Wat een buitengewoon figuur is Bileam. Hij verschijnt plotseling, vanuit het niets in het verslag van de omzwervingen door de woestijn van Israël. Hij was duidelijk overal in het oude Midden-Oosten bekend, want hoewel hij 600 kilometer van Moab woonde, was Balak, de koning van Moab, zich bewust van zijn reputatie als waarzegger. Bileam moet in zijn profetische boodschappen een reputatie voor waarheid en nauwkeurigheid hebben gehad, anders zou hij nooit zo beroemd zijn geworden en zou Balak hem nooit hebben gevraagd. En inderdaad, wat Bileam over Israël zei, was waar. Israël was een uniek volk, het volk van de Eeuwige. Ze waren krachtig in de kracht van God, genietend van Zijn zegen en bescherming tegen hun vijanden. Bileam zag een grote heerser opstaan ​​in Israël die Moab en Edom zou verslaan en zijn profetie gebeurde honderden jaren later tijdens het bewind van David, die voorafschaduwde dat de grootste Koning nog zou komen, de Messias. In de tijd dat Bileam Israël gadesloeg, waren zijn uitspraken over Israël waar of zouden ze in de toekomst bewaarheid worden.

Maar in tegenstelling tot de toekomstige profeten van Israël was er perversiteit in Bileam. Het woord van de Allerhoogste was heel duidelijk, hij mocht niet met de boodschappers van Balak meegaan en hij moest Israël niet vervloeken. Dat had het einde van de zaak moeten zijn en toen de boodschappers van koning Balak terugkwamen, had Bileam ze meteen moeten wegsturen. Maar Bileam was duidelijk vastbesloten om met de dienaren van Balak mee te gaan. In zijn achterhoofd ging Bileam al voor eigen eer en was hij ongehoorzaam. Centrale tekst hierbij is vers 18: “Ik zal niet in staat zijn het bevel van de Here mijn God te overtreden …… “. In plaats van resoluut te zijn door te zeggen: “Nee ik gehoorzaam mijn God ik kom niet”, sprak Bileam met een kennelijk religieuze uitspraak en gaf ruimte tot discussie. Daarom werd God boos op hem. De Here had zich voorgenomen om Bileam te gebruiken voor zijn eigen doeleinden, maar Bileam deed aan eigenbelang. Omdat zijn motieven onzuiver waren had hij ongelijk om te gaan. In plaats dat G’d zich van Zijn profeet afwendde gebruikte Hij de situatie als een les en tevens een profetie voor de komende Messias voor Bileam, Balak, Israel, de volken en voor ons.

Bileam wist dat hij het woord van God zou moeten spreken maar hij hoopte ook van de situatie te profiteren. En hij is erin geslaagd. Nadat zijn profetieën niet voldeden aan de verwachtingen van de koning van Moab, onthulde Bileam aan Balak hoe Moab Israël kon verzwakken. In Numeri 31:16 geeft Bileam Moab de raad om Israël uit te nodigen voor een feest van de Baal van Peor, dat niet veel meer was dan een orgie ter ere van Moabs god.

Bileam blijft typisch voor het soort mensen wiens overtuigingen gezond zijn maar wiens gedrag niet strookt met hun relatie met de Eeuwige. Hij was een profeet die sublieme waarheden uitte terwijl hij tegelijkertijd werd verteerd door hebzucht en andere onjuiste motieven. Het is allemaal mogelijk om zo te zijn. Wij hebben het niet over een fundamenteel gezonde persoon die schuldig is aan een incidentele val maar een man met een volkomen verkeerde hartgesteldheid.

De Haftarah bevat die beroemde woorden van Micha over wat God van ons eist: “Oprechtheid, volkomen trouw zijn en een nederige hechte relatie met G’d “. Die kwaliteiten zouden ons moeten motiveren. Barmhartigheid liefhebben is je erin verheugen en er plezier aan beleven. Om nederig met God te wandelen wijst op een hechte een op een relatie met Hem en een genoegen in Hem, in plaats van in onszelf, onze gaven of onze prestaties. In de Talmoed wordt de vraag gesteld: “Wat is het belangrijkste doel van de mens?” Het antwoord: “Het belangrijkste doel van de mens is God te verheerlijken/gehoorzamen en voor altijd met Hem te genieten”.

Deze aspiraties zouden onze ware innerlijke motivatie moeten zijn om de wegen van de Here te volgen. Ken je ze of ben je meer als Bileam, gedreven door trots, hebzucht, jaloezie en lust, ongezien maar toch echt? Als dat zo is, wordt dan gevormd in de vernieuwing van je denken en leer de wil van G’d te verstaan, het goede en volkomene te doen. Rom. 12.