Noach – נח – Noach

Noach betekend “rust” maar ook “genade”.

Het is nu 10 generaties sinds de aarde werd geschapen. De aarde is verworden tot een poel van ellende. Eén grote zondebak. Joodse geleerden vertellen dat dit een situatie moet zijn geweest van kindoffers (abortus?), Homofilie, macht, wellust, verslaving, broederhaat en ga zo maar door.

Genesis 6: 9. Noach was een rechtvaardig, oprecht man onder zijn tijdgenoten. Noach wandelde ontmoette God. Koning Salomo zei: „De rechtvaardige mens wandelt in zijn onschuld; gezegend zijn de zonen na hem. ” Hetgeen betekent dat een mens zich moet houden aan G-ds geboden ter wille van Gd, en niet wegens zijn eigen behoefte van voordeel. 
Zonder zich er van bewust te zijn dient de mens rechtvaardig te denken, te doen en te spreken. Het is je eerste natuur!

Wat is dat dan rechtvaardigheid? De rechtvaardigen hebben drie kwaliteiten. Wanneer iemand rechtvaardig is, wordt hij een tsaddiek genoemd. Wanneer hij nog beter is, wordt hij tamiem (iemand die foutloos wordt) genoemd. Van de derde categorie wordt gezegd dat hij met Gd wandelt. Noach had alle drie die kwaliteiten, zoals er gezegd is: Noach was een rechtvaardig mens, volmaakt onder zijn tijdgenoten, Noach wandelde met Gd ”. Hij was een tsaddiek in zijn daden, hij was tamiem volmaakt goed en hij stelde geen vragen over G-ds daden. 
Kortom hij wandelde met G-d.

Noach bevond zich te midden van de slechte generatie waarin hij leefde. Hij was een licht op een donkere plek. Daarnaast staat er dat Noach “wandelde met God.” Maar wat betekent dat ‘wandelen met God’? Noach had genade gevonden bij G’d lezen we in deze parasha. De 120 jaar dat Noach bouwde aan de ark bleek genade-tijd te zijn. Voor Noach maar voor alle mensen die naar de bouw van de ark zouden kijken en luisteren wat iedere nagel in de ark te zeggen had. Je kunt dus zeggen dat Noach werd “gered door genade”. Hierdoor kreeg hij een relatie met God. Het is dat de Torah zegt dat een van de zegeningen voor het gehoorzamen van Gods geboden is dat God met Zijn volk zal wandelen: Leviticus 26:12 Ik zal in uw midden wandelen. Ik zal u tot een God zijn en u zult Mij tot een volk zijn. 
Bedenk dat het wandelen met JHWH met Zijn volk als in Leviticus 23: 3 wordt genoemd. Daar staat: “Als u in Mijn verordeningen wandelt en Mijn geboden in acht neemt en ze houdt,”. Efeze 2: 8-10 Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, dus niemand zou roemen. Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Messias Yeshua om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, maar wij zouden wandelen.

Ons houden aan Zijn geboden. En welke zijn dan Zijn geboden? 
Welnu daar staat de Torah vol van en iedere parasha weer vertellen wij hiervan.

Noach leefde te midden van een slechte wereld die dacht goed te zijn en te doen. Zo leven ook wij heden ten dage in een wereld die niets beter is dan hierboven genoemd. In deze wereld dienen wij net als Noach een licht te zijn op een duistere plek.

Bereshiet – בראשית – In het begin

Na de NajaarsFeesten van de Eeuwige zijn we weer gekomen bij het begin; Bereshiet. Met Yom Teruah zijn we opnieuw begonnen. Een nieuw jaar, waarin we het allemaal wat beter kunnen doen. Een herkansing van het jaar ervoor met de levenslessen die we het afgelopen jaar hebben geleerd. We hebben het goed gemaakt met onze broeders en zusters en met Yom Kippoer stonden we stil bij de verzoening. De straf op de zonde die voor ons is weggedragen. We kunnen weer met een schone lei beginnen. Meteen als Yom Kippoer is afgelopen is het een mitswa om meteen aan de bouw van de sukkah (loofhut) te beginnen. Waarom zo snel? Het is een teken voor de Eeuwige dat het niet slechts bij woorden blijft, maar dat we het ook meteen omzetten in daden. We hebben dan haast het goede te doen, meer haast dan er over te spreken en beloftes hierover te maken. De beloftes die we met Yom Kippoer ons waarschijnlijk weer zullen herinneren dat we die niet zijn nagekomen. Met deze houding belooft het een goed jaar te zullen worden. Dat mag gevierd worden. Met Simchat Torah zijn we blij dat we de Torah hebben. Torah brengt leven. 

We zijn de Eeuwige dankbaar dat we de Torah hebben ontvangen, dat we het leven hebben ontvangen. Een betekenisvol leven, waarin iedereen van betekenis is. In Genesis 2:4 staat dat dit de geschiedenis is van de hemel en aarde, toen ze werden geschapen. Wat mij betreft gaat het niet om hoe ze zijn geschapen, maar dat ze zijn geschapen en door Wie. Tegelijkertijd lees ik ook dat er een plan was. Er is niet zomaar Licht gemaakt, dat geldt ook voor de zon, maan en sterren. Alles heeft zijn juiste plaats en er is niets dat er ‘per ongeluk’ is of dat een bij-effect is van hetgeen geschapen is. Alles heeft een betekenis. Met meer zuurstof in de atmosfeer is er geen leven mogelijk, maar met net wat minder zuurstof ook niet. Als ik dan psalm 8:7 lees dat de Eeuwige ons heeft toevertrouwd al wat hij geschapen heeft, dan vervult mijn hart en ziel zich met ontzag en dankbaarheid. Alles is perfect gemaakt, zodat de mens kon gaan wonen in Zijn Schepping. Ondanks onze fouten heeft HaShem ons alles toevertrouwd. Wat een wonder. Als ik iets moois zou hebben gemaakt en dat zou ik moeten toevertrouwen aan mensen die het wellicht kapot zouden gaan maken, of misschien zouden beschadigen, dan denk ik er nog wel een keer over na. Maar de Eeuwige geeft ons dat vertrouwen, met als doel dat we steeds weer terug kunnen gaan naar Hem en dat we groeien in liefde en dankbaarheid voor onze Schepper. Wat een fantastische, goede God hebben wij!!

Hij heeft ons alles toevertrouwd. Zijn Schepping. Dat betekent ook: elkaar. We zijn elkaar toevertrouwd. Ieder mens is uniek geschapen, met onze onvolkomenheden, hebben we juist talenten, precies zo, die een ander niet heeft. Zonder u / jou op deze wereld missen we echt iets. We kunnen niet zonder elkaar. We kunnen niet zonder uw/jouw talent op deze aarde. Zo verbonden zijn we met elkaar. Kaïn vroeg: Ben ik mijn broeders hoeder? Maar er staat werkelijk: Ben ik mijn broeders Shomer? Ja, we zijn elkaars Shomer. Als we in dit Licht de Torah lezen, dan klinkt dit door in de mitswa. We zijn elkaars beschermer, beveiliger, bewaker. We zorgen goed voor elkaar en elkaars eigendommen. Juist omdat de Almachtige ons dit heeft toevertrouwd. 

Nitzavim – נצבים – Staande / Vayelech – בילך – Hierna ging

De maand Elloel staat in het teken van tesjoeva, terugkeer tot de Eeuwige. De sjofar die elke dag klinkt, roept ons elke dag op om terug te keren. We komen steeds dichterbij Yom Teruah, Bazuinenfeest (Rosh Hashana). De dag van het oordeel.

We worden opgeroepen om terug te keren naar de Bron van ons leven. De Bron, waar we ons leven aan te danken hebben. Nadat Hij ons het leven heeft gegeven, krijgen we zelf de keuze om voor het leven, voor de zegen te kiezen. 

Kiezen voor het leven is het terugkeren naar de Eeuwige en Hem met hart en ziel gehoorzamen (Deut. 30:2) en met hart en ziel liefhebben (Deut. 30:6). In Deut. 30:10 staat hoe we de Eeuwige met hart en ziel kunnen gehoorzamen; door het doen van Zijn mitswot. We keren dus terug naar Zijn mitswot, als we voor het leven kiezen. 

We maken elke dag keuzes voor leven en dood. We zijn ons er alleen niet altijd van bewust. De keuze om voor een rood verkeerslicht te stoppen, die lijkt voor de hand liggend. In eerste instantie denken we bij de keuze om toch door te rijden aan de bekeuring; is het deze bewuste overtreding wel waard? Misschien heb je haast. En als we te laat komen op de afspraak dan geven we aan dat het verkeerslicht op rood stond. Wellicht ben je laat van huis gegaan. De maand Elloel staat ook in teken van eigen verantwoordelijkheid nemen. Nemen we de verantwoordelijkheid, in dit voorbeeld, om het verkeerslicht ‘de schuld’ te geven van de vertraging of nemen we de verantwoordelijkheid om bij onszelf te rade te gaan? En als we dan door het rode verkeerslicht rijden om niet te laat te komen, denken we dan ook aan de andere gevolgen? Wellicht leidde deze keuze wel tot de dood en door deze keuze kun je ook iemand anders meenemen.   

Zo is het ook met de mitswot. We denken niet altijd aan de gevolgen van het overtreden van Zijn mitswot. Hoe vaak komt het voor dat we een ander tekort doen of kwetsen? Wellicht onbedoeld. In de maand Elloel mogen we nadenken over de dingen die we deden en de gevolgen ervan, zodat we berouw hebben. Dit berouw hebben we nodig, om nederig te worden en ontzettend dankbaar te zijn voor ons leven, dat we de straf op de zonde niet meer hoeven te dragen. Berouw hebben we nodig om terug te keren naar de Eeuwige, maar ook terug te keren naar elkaar. De Eeuwige is de Bron van ons leven, ook dat van u. Dan kunnen we elkaar bemoedigen met deze woorden: Wees vastberaden en standvastig. Wees niet bang. De Eeuwige zal met U zijn.

Ki Tavo – כי תבוא – Wanneer Gij binnenkomt

Op weg naar Rosj Hasjana, drie maal minjan 

Aan een van de grote Chassidische rebbes werd eens gevraagd: Hoe kan ik Hasjem liefhebben? Hoe is dat mogelijk? Waarop de rebbe antwoordde: “Dat kan zeker. Als je begint je mede-Joden lief te hebben, dan groeit daaruit vanzelf ook de liefde voor Hasjem.” Hetzelfde geldt voor de maand elloel. Het staat voor liefde. Het woord elloel bestaat uit de letters alef, lamed, waw, lamed. Dat zijn ook de beginletters van ani ledodi wedodi li (ik ben er voor mijn geliefde en mijn geliefde is er voor mij). Tijdens elloel bouwen we aan de liefde voor elkaar, voor Hasjem en voor de mitswot.
Essentieel daarin is solidariteit.

Ikzelf ben nu iets over de helft van de 120 jaar die me hopelijk gegeven zijn. Als ik terugkijk zie ik een aantal zaken die daar helemaal op aansluiten.

Toen ik jong was, woonde ik in Veenendaal. De sjoel was in de oorlog verwoest. Maar er was wel een huissjoel bij mijn grootouders thuis. Op jom tov werd er door de drie Joodse families die in Veenendaal woonden voor gezorgd dat er ruim minjan was. Mensen uit alle hoeken van Nederland kwamen daar samen om jom tov te vieren. Wat je voelde was solidariteit.

Vlak voor mijn bar mitswa verhuisden wij naar Amsterdam. Na mijn bar mitswa werd ik gabbai van het schoolminjan op het Maimonides lyceum. Dat betekende dat je er ook voor moest zorgen dat minimaal tien jongens drie kwartier tot een uur vóór de lessen begonnen op school waren. Soms was dat lastig, maar het lukte bijna altijd omdat je wist dat je samen iets moois kon neerzetten voor de gehele school. Een minjan waarvoor de jongens extra moeite deden: ze kwamen soms voor dag en dauw, op de fiets door weer en wind, van heinde en verre. Minjan moest er zijn.

Afgelopen week was ik op vakantie, niet ver van Amersfoort. Ik zei tegen mijn zoons: ‘Laten we proberen vrijdag, rosj chodesj elloel, minjan te maken’. En dat lukte, baroech Hasjem. Vrijdagochtend waren we met tien man. Opperrabbijn Jacobs, 4 killeleden, 3 mannen uit Amsterdam, één uit Dronten en één uit Beekbergen. Ik had de eer om te laajnen uit het Sefer Tora opgedragen aan Avremele Jacobs, de zoon van opperrabbijn Jacobs die helaas op 15-jarige leeftijd door Hasjem tot zich werd geroepen. Tijdens het dawwenen was er een bijzondere sfeer. Tien mannen samen in hartje mediene om minjan te maken, uit solidariteit. De sjofar aan het einde van de dienst, gevolgd door een warm en hartelijk sjabbat sjalom, zei alles.

We kijken allemaal uit naar de komende Rosj Hasjana. Velen hebben elkaar al lange tijd niet in sjoel gezien. En dit jaar zal het met Rosj Hasjana ook in sjoel anders zijn dan andere jaren. Maar wat voor mij vaststaat is dat we ook dit jaar in sjoel op Rosj Hasjana hetzelfde voelen als hetgeen ik in deze regels heb beschreven. En als we elkaar dan liefhebben, dan zal Hasjem daar ver boven ons gaan glimlachen.

Rabbijn Shmuel Katz 

Ki Teitzei – כי תצא – Wanneer Gij uittrekt

Deze parasha telt 72 mitswot, het grootste aantal van alle parashot. De mitswot gaan over het zorgen voor anderen, over waardigheid en je eigen verantwoordelijkheid nemen. Door deze mitswot lees ik de liefde van de Eeuwige, onze God. Ik noem hieronder een paar.

Een meisje dat als krijgsgevangene wordt meegenomen krijgt de status van een echtgenote. Een volwaardige echtgenote. Bij scheiding kan ze niet worden verkocht of als slavin gebruikt worden. Ze is dan niet minder waard geworden, omdat ze gescheiden is.  
Als je gescheiden bent voel je je ook minder waardig. Het huwelijk is mislukt en er is schaamte. Je bent er niet trots op. Dat wordt vaak bevestigd door reacties van anderen. Je bent een gevangene van verkeerde gedachten over jezelf. Net als de krijgsgevangene is het zo; je bent vrij om te gaan waar je ook maar wil. Je je bent waardevol, want de Eeuwige vind je waardevol en dit zie je terug in de mitswot, in Zijn liefde voor ons. 

Als een man twee vrouwen heeft en hij zijn eerstgeboren zoon bij de minst geliefde vrouw heeft, moet hij deze zoon zijn eerstgeboorterecht geven. Aannemelijk is dat de minst geliefde vrouw zijn eerste vrouw is en dat hij later met nog een vrouw getrouwd is, waardoor de eerste vrouw zich minderwaardig kan gaan voelen. Zeker als ze bemerkt dat ze ook minder geliefd is. Haar eerste zoon, zal haar op deze manier weer waardigheid kunnen teruggeven, juist vanwege het eerstgeboorterecht; een dubbel deel van de nalatenschap.

Als je iets vindt wat van een ander is moet je daar goed voor zorgen. Je hebt daarbij een verantwoordelijkheid. Je mag niet werkeloos toezien. Wat voor jou niet veel waard is, kan voor een ander heel veel betekenis hebben. 
Het kan een kwelling zijn als je iets kwijt bent en een diepe teleurstelling dat als het gevonden wordt dat er niet goed voor gezorgd is. De vinder draagt de last om ervoor te zorgen, de last is minder zwaar dan de kwelling als je wat kwijt bent. Ga maar eens na als je je zoon/dochter bent kwijtgeraakt, hoeveel te meer zal je die gaan zoeken? En wat een kwelling is het als je deze na een paar dagen nog niet hebt gevonden? Degene die je zoon/dochter heeft gevonden zal er goed voor moeten zorgen, maar er ook alles aan doen om deze weer terug te brengen. Hoeveel temeer zal je diegene dan willen vergoeden voor de verzorging van je kostbare bezit. 

Hierbij denk ik ook aan de verloren schapen van het huis van Israël, zie ook Matteus 15:24. Zo moeten wij ook voor Israël zorgen, totdat de Eeuwige het komt halen, en zo moeten we ook voor elkaar zorgen. Dat is onze verantwoordelijkheid. De Eeuwige heeft ons geschapen, wij zijn allen even kostbaar en waardevol! U ook!

Shoftim – שפתים – Rechters

Eén van de meest opwindende parasha van de Torah vind ik wel deze:
Shoftim! Onze Nederlandse grondwet is gebaseerd op de in deze hoofdstukken genoemde mitswot. Van rechtspraak tot Hoge rechtspraak en alles wat er tussen zit. Aangevuld met de uitspraak: Een ieder die zich op Nederlands grondgebied begeeft dient zich aan de wet te houden.
Of je nu de Koning van Nederland bent of een vreemdeling, een ieder dient zich aan de wet te houden. Ook onze Koning staat niet boven onze (grond) wet.

Dat was in Israel, gezien hoofdstuk 17, in die tijd niet anders.
Sterker nog de Koning moest zelf een boekrol schrijven en hier iedere dag in lezen en zich er strikt aan houden. Wat was / is de reden dat de Koning dit moest doen? Het antwoord staat in vers 19 en 20: “om de Heer, zijn God, te leren vrezen en om alle woorden van deze wet en deze verordeningen in acht te nemen door ze te houden, dus zijn hart zich niet verheft boven zijn broeders, zodat hij niet afwijkt van het gebod. “

Hij heeft geen koninklijke uitzondering van speciale immuniteit.
Door voor zichzelf een kopie van de Torah over te schrijven, wordt de koning herinnerd dat hij niet boven de wet van God staat.
Deze fundamentele ethiek van de Torah wordt het Regeren van de Wet genoemd. In Gods huishouding is de Torah de grondwet die het Israëlische bestuur matigt. Niemand staat boven Gods Torah, omdat niemand boven God staat. Zijn woord is de autoriteit en zelfs de koning mag die niet overtreden. Maar op een of andere manier nemen we vaak aan dat het regeren van de wet (dus Torah) voor ons niet van applicatie is. Daarbij plaatsen we onszelf zelfs boven Hem die de wet gemaakt heeft! Ook de zo “beroemde” uitspraak dat de Torah voor Israël is en niet voor ons, is er één van het kaliber dat we boven de wet van G’d plaatsen.

Een andere naam voor de koning van Israël is ‘messias’. Elke koning van Israël werd Messias (dwz gezalfde) genoemd, en de Koning van Israël heet Messiah. Volgens Deuteronomium 17, als Yeshua een ware koning van Israël is, moet hij “al de dagen van zijn leven Torah naleven” en “al de woorden van de Torah naarstig onderhouden” en “niet van het gebod afwijken naar rechts of naar links.” (Deuteronomium 17:20).

Yeshua stond niet boven het regeren van de wet. Deze gezalfde met een volmaakt en zondeloos leven in overeenstemming met de Torah / wet, de oral Torah en ja zelfs met veel Joodse gebruiken en tradities. Als hij op enig onderdeel deze zaken had overtreden, zou hij opgehouden zijn de perfecte zondeloze verzoening te zijn. Onze taak is om trachten Hem te imiteren.

Genesis/Bereshiet – בראשית

ParashaTorahHaftarahBrit Chadashah
Bereshiet/בראשית
In het begin
Gen. 1:1-6:8Jes. 42:5-43:11Joh. 1:1-14
Noach/נח
Noach
Gen. 6:9-11:32Jes. 54:1-55:5Mat. 24:36-46;
1 Pet. 3:18-22
Lekh Lekha/לך‾לך
Ga voor jezelf
Gen 12:1-17:27Jes. 40:27-41:16Rom. 4:1-25
Vayera/וירא
En Hij verscheen
Gen. 18:1-22:242 Kon. 4:1-37Luk. 1:26-38; 24:36-53;
2 Pet. 2:4-11
Chayei Sarah/חיי שרה
Het leven van Sarah
Gen 23:1-25:181 Kon. 1:1-31Mat. 1:1-17;
1 Kor. 15:50-57
Toldot/תולדת
Generaties
Gen. 25:19-28:9Mal. 1:1-2:7Rom. 9:1-31
Vayetzei/ויצא
En Hij ging heen
Gen. 28:10-32:3 Hos. 12:13-14:10 Joh. 1:19-51
Vayishlach/וישלח
En Hij zond
Gen. 32:4-36:43 Hos. 11:17-12:12
Obadja 1:1-21
Heb. 11:11-20
Mat. 26:36-46
Vayeshev/וישב
En Hij vestigde
Gen. 37:1-40:23 Amos 2:6-3:8 Mat. 1:1-6; 16-25
Miketz/מקץי
Na verloop
Gen. 41:1-44:17 1 Kon. 3:15-4:1 Rom. 10:1-13
Vayigash/ויגש
En Hij naderde
Gen. 44:18-47:27 Ez. 37:15-37:28 Ef. 2:1-10
Vayechi/ויהי
En Hij leefde
Gen. 47:28-50:26 1 Kon. 2:1-12 1 Pet. 1:1-9

Re’eh – ראה – Zie

Deze parasha begint met de keuze voor de zegen en de vloek. De zegen als we Zijn geboden doen en de vloek als we Zijn geboden niet gehoorzamen en afwijken van de weg die ons gewezen wordt en als we achter andere goden aanlopen. 

De zegen lijkt eenvoudig: gehoorzamen in het doen van Zijn geboden, Zijn mitswot. Je zou verwachten dat de vloek dan alleen zou bestaan uit het niet gehoorzamen in het doen van de geboden. Toch worden hier 3 dingen beschreven. De vloek krijgt als het ware 3 waarschuwingen. Je krijgt de vloek als je niet gehoorzaamt, afwijkt van de weg en achter andere goden aanloopt. Hoewel deze 3 met elkaar te maken hebben, wordt dit apart genoemd. Als je niet gehoorzaamt, wijk je automatisch af van de weg en zul je andere goden gaan dienen. 

Soms denken we de Eeuwige te gehoorzamen, maar dat doen we uiteindelijk niet. ‘We doen toch Zijn geboden, we kiezen alleen een andere weg.’ ‘Er leiden toch meerdere wegen naar dezelfde plaats of toch niet?’ Leiden onze verschillende gedachten tot dezelfde Enige Ware God of leiden onze verschillende gedachten tot dezelfde weg? Als één Lichaam trekken we samen op, als eenheid. Hoe kunnen we dan andere wegen bewandelen? 

Op deze 3 dingen kunnen we onszelf toetsen. Waarom zouden we dat doen? Omdat ook de Eeuwige ons hierop toetst. Zie ook Deuteronomium 13:4; De Eeuwige, onze God, stelt ons op de proef of we Hem wel met hart en ziel liefhebben. Dit is een gebod, zie ook Deuteronomium 6:5; Heb daarom de Eeuwige, uw God, lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten. We moeten de Eeuwige liefhebben met hart en ziel. Gehoorzamen we Zijn mitswot, bevinden we ons nog op Zijn pad en zijn we geen andere goden gaan volgen? 

Deze tekst komt ook weer terug in het Sjema, wat in zowel het dagelijks ochtendgebed als het dagelijks avondgebed wordt gereciteerd. Ook Yeshua geeft dit als antwoord op de vraag wat nu het belangrijkste gebod is; het Sjema! (Marcus 12:29-30). De schriftgeleerde in Marcus bevestigd dat ook. Er is geen belangrijker gebod dan het Sjema. In het Sjema worden we geconfronteerd met het gehoorzamen van Zijn Mitswot, Zijn pad te volgen en geen andere goden na te volgen. 

We moeten Hem liefhebben, omdat hij Éen, Echad, is. Hij is één met ons. Wij zijn een onderdeel van Hem, Hij heeft ons geschapen en daarom hebben we Hem lief. En omdat we Hem liefhebben en jullie ook een onderdeel zijn van Hem, moeten we ook elkaar liefhebben. Daarom zegt Yeshua dat er geen geboden belangrijker Zijn dan deze twee. Het omvat juist de gehele Torah en door deze Torah blijven we met elkaar verbonden en een onderdeel van onze Maker, HaShem, de Allerhoogste. Sjema!

Eikev – עקבן – Wanneer (je volgt)

In deze Parasha komen de volgende onderwerpen aan de orde: Dien de Eeuwige en doe afgoderij weg (hfdst 7); G’ds weldaden vragen dankbaarheid (hfdst 8) Waarschuwing tegen eigengerechtigheid (hfdst 9); Vermaning tot dankbare gehoorzaamheid (hfdst 10); De zegen der gehoorzaamheid en de vloek der ongehoorzaamheid (hfdst 11). Centraal thema in deze hoofdstukken is: ‘Gij zult de Here, uw God, liefhebben en alle dagen zijn dienst, zijn inzettingen, zijn verordeningen en zijn geboden in acht nemen.’ Devarim 11:1!

Met deze woorden in het achterhoofd sla ik graag een paar boeken verder de bijbel weer open en kom aan in psalm 119. ‘Welzalig zij, die onberispelijk van wandel zijn, die in de wet des Heren gaan. Welzalig zij, die zijn getuigenissen bewaren, die Hem van ganser harte zoeken; die ook geen onrecht plegen, (maar) wandelen in zijn wegen. Gij hebt uw bevelen geboden, opdat men die ijverig onderhoude. Och, dat mijn wegen vast waren om uw inzettingen te onderhouden. Dan zou ik niet beschaamd staan, als ik op al uw geboden zie. Ik zal U loven in oprechtheid des harten, wanneer ik uw rechtvaardige verordeningen leer. Uw inzettingen zal ik onderhouden; verlaat mij niet geheel en al.’

Is het moeilijk Zijn geboden/wetten te houden? Johannes zegt dat Zijn geboden/wetten niet zwaar zijn. Maar over welke geboden/wetten hebben wij het dan eigenlijk? Onze eigen interpretatie van de wetten kan het niet zijn. Wat G’ds geest ons in geeft is erg zweverig en onzeker. De Eeuwige is er wel heel duidelijk over welke wetten dat zijn namelijk de gehele wet (Torah) en de profeten.

En wat zegt Hij in psalm 19?
‘De wet des Heren is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis des Heren is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige. De bevelen des Heren zijn waarachtig, zij verheugen het hart; het gebod des Heren is louter, het verlicht de ogen. De vreze des Heren is rein, voor immer bestendig; de verordeningen des Heren zijn waarheid, altegader rechtvaardig. Kostelijker zijn zij dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig, ja, dan honigzeem uit de raat. Ook laat uw knecht zich daardoor ernstig vermanen; in het houden ervan ligt rijke beloning.’

‭‭Met andere woorden: als je G’d liefhebt dan volg je de wet zoals deze is beschreven in de Torah en de profeten. Daarin ligt een rijke zegen.

Vaetchanan – ואתחנן – En ik smeekte

Aankomende Shabbat is het een speciale shabbat: Shabbat Nachamoe. Dit is de eerste shabbat na Tisha b’Av. Tisha b’Av, (de 9e Av, dit jaar op 30 juli) een vastendag die de 3 weekse rouwperiode afsluit, die begon op de 17e Tammoez. De rouwperiode voor de vernietiging van Jeruzalem en de twee heilige tempels. 

Na de verschrikkelijke dag van Tisha b’Av, waarin alle Joden in rouw zijn begint Shabbat Nachamoe. Nachamoe wat ‘Troost’ betekent. Tot aan Rosh Hashanah (Jom Teruah) zijn er zeven weken van Troost.

Na de rouwperiode komt er troost. In de maand Menachem Av is er zowel rouw als troost. Een afsluiting van een periode en tegelijkertijd een nieuw begin. De maand waarin we gedenken aan de zonde van afgoderij, waarna de Eeuwige ons als een Vader troost (Menachem = Trooster, Av= Vader) Onze Vader de Trooster, die een Trooster zond voor ons allemaal.

Zoals een vader spreekt Mosjee in deze parasha tot het volk. De laatste toespraken tot hij sterft. Hij neemt het volk mee terug in de tijd en laat hun zien hoe belangrijk de wetten en geboden zijn en hoe goed de Eeuwige, onze Vader, voor het volk geweest is. Bovenal laat hij hen voelen dat de Eeuwige hen als volk heeft uitgekozen. Het bijzondere volk, die aan de wereld laat zien hoe machtig de Eeuwige is en dat hij de Enige, Ware God is. Zonder Hem kan er niets bestaan en zonder Hem kunnen we niets. 

Mosjee geeft het volk de opdracht om de herinnering levend te houden. De herinnering aan de goede daden van de Eeuwige maakt juist dat iedereen zal weten dat het Joodse volk God’s volk is en blijft. Tegelijkertijd bemoedigen en troosten deze herinneringen ons. Juist omdat de Eeuwige zoveel van ons houdt bemoedigt hij ons met de Torah, met de instructies en leefregels, opdat het ons goed zal gaan. 

Hoor Israël, de HEER is onze God, de HEER is de enige. Heb daarom de HEER, uw God, lief, met hart en ziel en de inzet van al uw krachten en Schrijf ze op de deurposten van uw huis en op de poorten van de stad.

‘Wanneer je het Sjema zegt, zou het moeten zijn alsof je een brief van de koning leest, die pas vandaag aan je werd geschreven en die je koestert. Je luistert naar ieder woord afzonderlijk. Evenveel aandacht zou je moeten schenken aan elk woord van het Sjema.’ aldus Rabbijn Jaäkov ben Jitschak Asjkenazi van Janof.

Het Sjema als liefdesbrief, omdat de Eeuwige zoveel van ons houdt en ieder van ons dierbaar is, ondanks al onze fouten die we dagelijks doen. Door onze zonden zijn we Hem niet minder dierbaar, zijn we niet minder waardevol. Dit willen we soms geloven, maar is het waar? Wij zijn allemaal even waardevol, ook onze broers en zussen en daarom moeten we elkaar ook als waardevol zien. Samen zijn we een lichaam, we kunnen niet zonder elkaar. Ik kan niet zonder u / jou!